Tagarchief: vertalersopleiding

Foto-impressie Aramba (vervolg)

Aramba-01

In januari 2017 hebben we drie weken in Kiriwo gewoond, één van de vijf Aramba-dorpen. Dit keer willen we met een selectie foto’s een impressie geven van ons leven en werk onder de Aramba. Lees ook de eerste helft van de deze foto-impressie.

Aramba-31

 

Deze vrouw geeft ons regelmatig eten uit haar tuin en op onze beurt geven wij haar een brood en wat pindakaas – witte-mensen-eten. In Aramba, zoals vrijwel alle culturen in Papoea-Nieuw-Guinea is uitwisseling van eten erg belangrijk.

Aramba-32

In het vorige weblog hebben we foto’s laten zien van Aramba keukens. Onze keuken zag er (gelukkig) wat anders uit. Het zendingshuis is zo’n 35 jaar geleden gebouwd, en hoewel er veel kapot was, waren we ontzettend dankbaar dat we er gebruik van konden maken.

Aramba-33

Een klamboe (of muskietennet) is geen overbodige luxe. Ruth heeft de nodige avonturen beleefd in haar klamboe: één keer schrok ze wakker van een muis in haar klamboe die er niet meer uit kon en een andere keer schrok ze van ‘vuurtjes’ op haar klamboe. Ze had gelijk: het waren dode vuurvliegjes die niet opgewassen waren tegen de geïmpregneerde klamboe, maar nog wel licht bleven geven!

Aramba-34

De kinderen hebben van de internationale school uit Ukarumpa schoolwerk meegekregen, zodat ze bij terugkomst weer kunnen aansluiten. En juf Carlijn zorgt elke dag voor de lessen!

Aramba-35

Treintje spelen kan bijna overal (tenminste, als er stoelen zijn).

Aramba-36

Bijbelvertaler Katawer en zijn vrouw drinken een bakje koffie mee, iets wat ze normaal niet hebben en dus erg van genieten.

Aramba-37

Michel in gesprek met Sawiyam, een andere Aramba Bijbelvertaler.

Aramba-38

Er is een betrokken team van Aramba Bijbelvertalers. Voor sommigen is het wel twee dagen reizen om in ons dorp te komen. Michel heeft een goede start kunnen maken met het trainen van het vertaalteam. Dit trainen is nodig zodat straks het vertaalwerk beter kan verlopen.

Aramba-39Ook heeft Michel samen met het vertaalteam nagedacht over de spelling van het Aramba. Een goede spelling is belangrijk, vooral ook omdat het anders te moeilijk wordt voor mensen om te leren lezen.

Aramba-40

Het kerkgebouw is voorzien van perfecte airconditioning. We zijn verrast door het bestaan van een levende gemeente, en danken de Heere daarvoor.

Aramba-41

De mannen en vrouwen zitten netjes gescheiden.

Aramba-42

Ook de kinderen hebben een fijne tijd gehad. Hier zijn ze bezig met het maken van balletjes van palmbladeren.

Aramba-43Obadja is onze ‘brandweerman Sam’ en heeft zo zijn avonturen. Naast ons huis stond een tractor met een bijennest erin. Op een dag besluit hij om dat probleem wel eventjes in zijn eentje te fiksen: gewoon een paar emmers water eroverheen gooien. Zo gezegd, zo gedaan! Eén minuut later komt onze ‘brandweerman Sam’ gillend terug met een bijensteek.
Het buurmeisje vijftig meter verderop hoort hem gillen en begrijpt meteen wat er aan de hand is. In een mum van tijd heeft ze de juiste bladeren gevonden om de pijn voor onze held te verzachten.

Aramba-44

Beteuterd en schuldbewust: wat was die kliederpartij in de modder leuk! Maar wat zou mama ervan vinden …?

Aramba-45… tijd om te gaan wassen in de rivier. Niet bepaald een straf en in werkelijkheid een van de hoogtepunten voor de kinderen. In Ukarumpa hebben we geen gelegenheid om te zwemmen, maar hier is het elke dag raak. Hannah heeft een geweldige ‘springplank’ gevonden (in de boom).

Aramba-46

Mannen en vrouwen hebben verschillende plekken in de rivier om te wassen / zwemmen. Obadja is hier op de mannenplek. Kun je’m vinden?

Aramba-47

De rivier wast alles af, ook de kleren en de vaat!

Aramba-48

Hannah met haar vriendinnetje. Het is – zoals overal in de tropen – altijd vroeg (ongeveer 7 uur) donker.

Aramba-49En een man kan niet zonder een boog. Obadja kijkt aandachtig toe hoe deze man een boog voor hem maakt.

Aramba-50Maar dan moet je er nog mee leren schieten. Jong geleerd, oud gedaan! We zien uit naar het moment dat onze jager thuiskomt met vers geschoten wild…

Aramba-51

Michel moet de volgende keer echt mee op jacht. Ze hebben een boog gemaakt en hier krijgt hij les om bovenhands (!) te schieten. Dames opgelet: stap nooit over de boog van een man!

Aramba-52

Naast zijn pijl en boog, krijgt Michel er ook nog een tas bij, speciaal voor hem gemaakt met zijn eigen naam erop: ‘Michel Poaw’. Volgens Michel het bewijs dat de tas handgemaakt en heel speciaal is.

Aramba-53

Tijd voor vertrek. Afscheid nemen is nooit leuk, maar we mogen terug zien op een rijke en gezegende tijd.

Aramba-54

Nog éven bij de Aramba-meisjes zitten voordat het vliegtuig vertrekt.

Aramba-55

En Obadja bij de jongens.

Aramba-56En dan gaan we echt: tot ziens!

Foto-impressie Aramba

Aramba-01

 

 

In januari 2017 hebben we drie weken in Kiriwo gewoond, één van de vijf Aramba-dorpen. Dit keer willen we met een selectie foto’s een impressie geven van ons leven en werk onder de Aramba.

Aramba-02

 

Klaar voor vertrek! De Aramba mensen wonen in een afgelegen gedeelte van PNG en daarom gaan we per vliegtuig. In het dorp waar we heen gaan is gelukkig een landingsbaan. We zijn erg blij dat Carlijn Roest met ons mee gaat als juf voor Hannah, Ruth en Obadja.

Aramba-03

Dit keer hebben we een heel bijzondere co-piloot: Hannah boft! Ze mag voorin naast de piloot zitten.

Aramba-04

Na anderhalf uur vliegen (en nog een tussenstop om te tanken) komt het dorp Kiriwo in zicht. De landingsbaan is duidelijk te zien en aan weerszijden van de landingsbaan zijn huizen gebouwd. Dit gedeelte van Papoea-Nieuw-Guinea is erg dunbevolkt. Op weg ernaartoe zagen we bijna overal oerwoud, en af en toe een rivier die zich door het landschap slingert. Ook is dit gebied niet bergachtig, zoals Ukarumpa in de Hooglanden, maar vlak, waar we ons als Nederlanders wel goed bij voelen.

Aramba-05

Net aangekomen. Vanaf de zijkant staan verschillende mensen toe te kijken wat er gaat gebeuren.

Aramba-06De verbazing is wederzijds: ‘Waar ben ik nu dan toch beland?!’ (Josia)

Aramba-07

Vele schouders maken licht werk. Iedereen helpt een handje mee om onze spullen, inclusief eten voor 3 weken, naar het zendingshuis te dragen. Een koffer met onder andere meel, rijst en melkpoeder weegt maar liefst 35 kg. Geen probleem, gewoon op de schouder.

Aramba-08

 

 

Daar zijn we dan! Ons thuis voor de komende 3 weken. Het vliegtuig is weg, een weg terug is er voorlopig niet meer. Gelukkig staat er in het dorp een telefoonmast van Digicel, een bedrijf dat verantwoordelijk is voor het mobiele netwerk in het land. Er is dus mogelijkheid om (op beperkte schaal) te e-mailen en zelfs te internetten. Maar als dit netwerk een week lang plat ligt, wat bij ons gebeurde in de derde week, dan rest ons alleen een radioverbinding met de buitenwereld.

Aramba-09

De eerste avond krijgen we een hartelijke ontvangstmaaltijd in de kerk. We zitten op geweven matten en er is voor ons gekookt. Jam, zoete aardappel, taro, ananas en zelfs rijst, eigenlijk een luxe product. Vanaf morgen gaan we zelf koken …

Aramba-10

 

 

Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Het was ons helaas niet gelukt om een gasfles mee te nemen, dus moeten we op een houtvuur koken. En dat is heel bewerkelijk: bomen hakken, hout splijten, naar huis dragen. Gelukkig wordt dit alles voor ons gedaan: op de foto onze ‘zus’ Koretta, de vrouw van de hoofdvertaler die ook onze gastvrouw is. Zij komt elke dag controleren of we wel genoeg hout hebben en zo niet, dan komt ze het ‘wel even’ brengen. En daar zijn we eerlijk gezegd wel héél erg blij mee, als je kijkt naar de last op haar hoofd …

Aramba-11

Gelukkig hebben we tijdens de Pacific Orientation Course (POC) geleerd hoe je snel een vuur maakt, maar dat is toch alweer drie jaar geleden. Gelukkig worden we er wel steeds handiger in. En als het ons écht niet lukt, bijvoorbeeld als het hout nat is …, dan is er wel iemand om ons te helpen. Alles wat de Aramba mensen nodig hebben, is een bepaald soort bamboe óf een lege aansteker, want die vonkt nog!

Aramba-12

Van deze hele grote pan hebben we een oven gemaakt, zodat we er brood en cake in kunnen bakken.

Aramba-13

In Ukarumpa doe je de cake in de oven, steek je de oven aan, zet je een wekker op 50 minuten en na 50 minuten kijk je of de cake klaar is. Hier is het een tikkeltje lastiger om het vuur zo lang aan te houden. Een blaaspijp van bamboe doet wonderen…

Aramba-14

Josia’s plekje als Erna bij het vuur is.

Aramba-15Carlijns hulp bij het koken komt heel goed van pas, want het blijft een tijdrovend karweitje.

Aramba-16

Ondertussen kunnen wij ons eten uit onze koffers halen. Maar Aramba vrouwen gaan dagelijks naar hun tuinen om hun eten te halen. Nu, in het begin van het regenseizoen zijn dit vooral knolgewassen en ananas, groenten zijn er op het moment niet. Willen ze vlees? Dan moeten zij of hun mannen gaan jagen of vissen.

Aramba-17

Over ananassen gesproken…, die zijn in Aramba een tikkeltje groter dan in Nederland. En dit was volgens degene die hem ons cadeau gaf nog maar een kleintje.

Aramba-18

Het laatste uur heeft geslagen voor deze kasuaris (een soort struisvogel). Hij werd als jonge vogel in de jungle gevangen. De eigenaar heeft er goed voor gezorgd, maar nu is het tijd voor de slacht. Hij zal wordt gegeten op een afscheidsmaal voor enkele kinderen die naar de ‘grote school’ gaan en dus voor een jaar van huis zijn. Het slachten is een hele happening, want kasuarissen zijn gevaarlijk als ze boos worden en kunnen met hun poten met gemak een volwassen man doden. En er is maar één manier om hem te doden zonder bloed te vergieten…

Aramba-19

 

Michel krijgt de eer om als eerste een stuk uit te kiezen.

Aramba-20

 

Andere huisdieren die vetgemest worden voor de slacht …

Aramba-21

Maar er zijn niet alleen huisdieren. Op een dag horen we plotseling een groot geschreeuw, ‘fater’, ‘fater’ (= slang), gevolgd door het geluid van het slaan op de grond. Bij nadere inspectie gaat het om deze slang, gelukkig niet giftig, maar wel vervelend. Overigens is er altijd het gevaar van wel degelijk (heel) giftige slangen…

Aramba-22

Het werk van een Bijbelvertaler: loodgieter, elektricien, timmerman, ….

Aramba-23

Op bezoek bij de buren. De buurvrouw is bezig om touw te maken van vezels uit een bepaald bladsoort. Daarna maakt ze van dat touw een hendel aan een zelfgemaakte tas, ook van natuurlijk materiaal.

Aramba-24

Erna mag ook proberen het touw te draaien, het lukt aardig.

Aramba-25

Hetzelfde huis, maar dan ’s avonds. Links een keuken, waar ze vooral overdag zijn. De vuurplaats staat op palen, zodat die op gelijke hoogte is met het zitgedeelte. Rechts een ommuurd huis met muren dat vooral gebruikt wordt om in te slapen. De muren en daken zijn gemaakt van boomschors.

Aramba-26

 

 

 

 

 

 

Nog een keuken, omdat het regent zijn veel mensen binnen.

Aramba-27

Hier wordt tapiok geschild, een knolgewas.

Aramba-28

Een moeder met haar kinderen, buurkinderen en jachthonden. Ze heeft net cassave voor haar kinderen klaargemaakt als lunch, een ander knolgewas.

Aramba-29

Dankzij Carlijn kunnen we ’s avonds mensen bezoeken. Hier zijn we bij het oudste echtpaar uit het dorp. De man vertelt graag verhalen, maar hij spreekt geen woord Engels. We hebben het een en ander opgenomen, zodat we het na kunnen luisteren en er hopelijk later meer van kunnen begrijpen.

Aramba-30

Dit Aramba baby jongetje vindt het een beetje spannend. Hij blijft even op schoot zitten, maar besluit dan toch maar voor de zekerheid weg te kruipen. Je weet maar nooit met die ‘marchai’ (blanken).

(Dit was deel 1 van 2; wordt vervolgd!)

Ruth en de geesten van het voorgeslacht

‘Een jaar lang hebben we gebeden om jouw komst en nu is ons gebed verhoord!’ Zo’n reactie stemt aanvankelijk tot grote dankbaarheid, totdat je hoort welk gedachtegoed er achter schuilgaat.

Dat was de ervaring van één van onze POC-medestudenten in zijn vier weken durende verblijf in de jungle. Hij was erg onder de indruk van het feit dat ze in zijn komst een gebedsverhoring zagen. Het gaf hem een geweldige mogelijkheid om veel te vertellen over God en de Bijbel, want ze wilden alles van hem weten, maar vooral ook alles over hem. Na drie weken vertelde iemand hem, dat er in het vorige jaar twee jongens in het dorp waren overleden. Op een gegeven moment claimden de ouders van de ene jongen, dat zij contact hadden gehad met de geest van hun overleden zoon. Als gevolg van dit contact hadden ze dit jaar een uitzonderlijke oogst, zo beweerden zij. Van de weeromstuit gingen de ouders van de tweede jongen ook bidden om contact met de geest van hún zoon. Uiteraard in de hoop dat zij eveneens een overweldigende oogst zouden krijgen.

Na een jaar intensief bidden, konden ze dan eindelijk die woorden uitspreken: ‘Een jaar lang hebben we gebeden om jouw komst en nu is ons gebed verhoord!’ Ze waren er vast van overtuigd dat onze blanke vriend hun zoon was, die op hun gebed als geest was teruggekeerd. En al wendde hij al zijn overredingskracht aan om hun te overtuigen van hun ongelijk, het versterkte hun alleen maar in hun mening. Immers, het feit dat deze blanke ontkende de geest van hun zoon te zijn, betekent niets anders dan dat hij onvrijwillig was teruggekeerd. En dát hij dan toch maar was teruggekeerd, hadden ze te danken aan hun hartstochtelijk bidden.

Een aangrijpend voorbeeld van syncretisme (vermenging van godsdiensten) dat ook in Papoea-Nieuw-Guinea aanwezig is. Want de mensen die geloofden dat de geesten van hun kinderen waren teruggekeerd, waren christenen!

Tijdens de vervolgcursus Hebreeuws die ik nu geef, kwam dit verhaal weer terug. Met een klein groepje studenten las ik het Bijbelboek Ruth in het Hebreeuws. Het was in vers 8, dat we even moesten pauzeren, want: gaat het hier echt over dodenverering?!

  • Ruth 1:8 (SV) Zo zeide Naomi tot haar twee schoondochters: (…) de HEERE doe bij u weldadigheid,  gelijk als gij gedaan hebt bij de doden, en bij mij.
  • Ruth 1:8 (HSV) zei Naomi tegen haar twee schoondochters: (…) Moge de HEERE jullie goedertierenheid bewijzen, zoals jullie die bewezen hebben aan hen die gestorven zijn, en aan mij.

Mijn Papoea-Nieuw-Guineese collega-bijbelvertalers vroegen zich op het eerste gezicht af: wat hebben die schoondochters dan met die doden gedaan? Vereerden zij hun doden? En terugdenkend aan bovenstaand verhaal herinnerde ik me hoe levend de wereld van de doden is, in de beleving van Papoea-Nieuw-Guineeërs. Ik vertelde hun bovenstaand verhaal en vroeg wat ze daarvan vonden. Ja, dat vonden ze helemaal niet gek. Want de meeste mensen in hun dorp geloven nog steeds dat blanken in feite geesten van hun voorouders zijn.

Ik legde uit dat de Bijbel geen ruimte laat aan dodenverering en dat we in Ruth 1:8 goed op de context moeten letten. Ruth 1:8 gaat niet over weldoen aan de doden, maar over het feit dat Orpa en Ruth wel hebben gedaan aan Elimelech, Machlon en Chiljon toen ze nog in leven waren. En ze worden uiteraard ‘doden’ genoemd, omdat ze ‘nu’, op het moment dat Naomi dit tegen Orpa en Ruth zegt, niet meer leven.

Om te voorkomen dat hun Bijbelvertaling voeding geeft aan bestaande dwalingen, zoals dodenverering, hebben we besloten om het laatste deel van het vers als volgt te vertalen: ‘zoals jullie hebben gedaan aan uw geliefden, die nu niet meer leven’.

Hebreeuws in Papoea-Nieuw-Guinea (met video!)

Is het nodig om de Bijbel op het zendingsveld rechtstreeks te vertalen vanuit de grondtalen Hebreeuws, Aramees en Grieks? Hoewel dit zeker de voorkeur verdient, laat de geschiedenis van het Bijbelvertaalwerk zien, dat dit heel vaak niet het geval is.

Titelpagina van de Statenbijbel uit 1637.

Nederlandse Bijbelvertalingen
Het heeft tot maar liefst 1637 geduurd vóórdat er een Nederlandse Bijbelvertaling werd gedrukt die gebaseerd was op de grondtalen van de Bijbel. Dit was de Statenvertaling. De Statenvertaling was echter bij lange na niet de eerste Nederlandse Bijbelvertaling. Sinds de ontdekking van de boekdrukkunst in Europa rond 1450 waren er al maar liefst 6 andere Nederlandse Bijbelvertalingen op de markt verschenen. Deze waren echter óf gebaseerd op de Latijnse Vulgaat óf op de Duitse Luthervertaling. Ook door middel van deze vertalingen hebben mensen God leren kennen en zijn er levens veranderd.
Niettemin was er grote vreugde toen er in de 17e eeuw een Nederlandse vertaling van de Bijbel verscheen die rechtstreeks uit de grondtalen was vertaald.

Bijbelvertalingen in Papoea-Nieuw-Guinea
Net als in Nederland zijn ook veel eerste Bijbelvertalingen op het zendingsveld niet rechtstreeks vertaald uit de grondtalen. Omdat niet iedere zendeling en bijbelvertaler de grondtalen beheerst, wordt ook in Papoea-Nieuw-Guinea bij het vertalen vaak uitgegaan van een bestaande Engelse of Tok Pisin Bijbelvertaling. Pas in de check-fase wordt het resultaat vergeleken met de grondtekst en op basis daarvan waar nodig aangepast.

Een van de studenten oefent met Hebreeuwse woorden.

Ukarumpa Training Centre: Hebreeuws!
Het was een van mijn wensen om in Papoea-Nieuw-Guinea verder te gaan met het onderwijzen van de Bijbelse talen. De achterliggende tijd is deze wens in vervulling gegaan. Gedurende zes weken heb ik het voorrecht gehad les te geven aan een groep Papoea-Nieuw-Guineese bijbelvertalers. Ze waren uiterst gemotiveerd omdat zo graag wilden weten wat er oorspronkelijk nu écht staat. Een van de deelnemers verwoordde het als volgt: ‘Ik zag dat de Bijbel vaak eerst vanuit het Hebreeuws in het Engels was vertaald, vervolgens vanuit het Engels naar het Tok Pisin en tenslotte vanuit het Tok Pisin naar onze moedertaal. Het kan niet anders dan dat er in dat mijlenlange proces elementen van het oorspronkelijke Hebreeuws verloren zijn gegaan. Nu volg ik deze cursus, omdat ik graag de betekenis van het Hebreeuws rechtstreeks in mijn moedertaal wil vertalen’.

Een van de studenten leest uit de Hebreeuwse Bijbel.

Michel leert de studenten nieuwe woorden aan de hand van concrete voorwerpen.

Hebreeuws als levende taal
Het bijzondere aan deze cursus is dat we het Hebreeuws als levende taal aanleren. Behalve Engels spreken we dus vooral ook Hebreeuws met elkaar. Eerst leren de studenten het alfabet en al vanaf het begin werken ze aan de opbouw van hun Hebreeuwse woordenschat. Dat doen we aan de hand van concrete voorwerpen (zoals brood, vlees, man, vrouw, paard, kameel, ezel, huis, zwaard, jongen, beker, water, etc.). Als docent wijzen we naar de voorwerpen, waarbij we het Hebreeuwse woord noemen. Vervolgens bekijken we deze voorwerpen op afbeeldingen aan de muur. Wij noemen het Hebreeuwse woord en de studenten zoeken het op. Zo leren ze Hebreeuws zonder tussenkomst van het Engels.
Daarnaast leren we Bijbelverzen in het Hebreeuws uit het hoofd en zingen we Hebreeuwse liederen. Elke morgen lezen we in het Hebreeuws voor uit de geschiedenissen van Elia in 1 Koningen 17-19, waarbij we met elkaar zoveel mogelijk Hebreeuwse woorden met gebaren en voorwerpen uitbeelden. Als we dat hebben gedaan, gaan we in kleine groepjes uiteen om dezelfde Bijbelpassage met elkaar in het Hebreeuws te lezen.

Video-impressie
Via bovenstaande video kunt u een kijkje nemen bij de Cursus Hebreeuws. Aan het einde van de cursus was ik onder de indruk van het resultaat. Alle studenten kunnen na zes weken elke willekeurige passage uit de Hebreeuwse Bijbel lezen. Ze begrijpen daarvan nog lang niet alles, maar ze hebben nu een basis gelegd voor de vervolgcursus Hebreeuws 2 in oktober en november 2014.

Aan het werk in Ukarumpa

Bij de uitleg van het woordenboek vraagt de docent: welk woord komt eerst in het woordenboek: ‘forgiveness’ (vergeving) of ‘heaven’ (hemel)? Het antwoord van mijn Iyo-vrienden is goed: ‘forgiveness, want … zonder vergeving kun je niet in de hemel komen!’.

Locatie van de Iyo-taalgroep

Onze Iyo vrienden wijzen aan waar ze wonen

Drie mannen uit het ruige Finisterre-gebergte in de provincie Madang: Tiepe, Rengupe en Tobby. Ze waren de gelukkigen die door hun stam waren gekozen om een opleiding te volgen tot bijbelvertaler. Het zou een grote uitdaging voor hen worden, want twee van de drie hadden alleen de lagere school gedaan en hun Engels was niet al te best. De derde en de jongste van het trio, had het vier klassen verder geschopt en sprak wat beter Engels. Alle drie waren ze evenwel enorm gemotiveerd om meer te leren over Gods Woord en het bijbelvertaalwerk.

Opleidingscentrum voor inheemse bijbelvertalers
Vanaf begin mei 2014 ben ik full time betrokken bij het opleiden van Papoea-Nieuw-Guineeërs die bijbelvertaler willen worden. Op het trainingscentrum (zie website) bieden wij het hele jaar opleidingen, cursussen en workshops aan voor mensen uit het hele land. De workshops duren meestal twee weken en zijn vaak een uitwerking van wat tijdens de hoofdopleiding wordt geleerd.
De hoofdopleiding heet TTC (Translator’s Training Course). Dit is een vierjarige opleiding, waarvoor de studenten elk jaar zes weken naar Ukarumpa komen. Daar krijgen ze een intensieve training , waarna ze met een groot aantal opdrachten naar huis worden gestuurd. Als ze deze opdrachten met een voldoende hebben afgerond, mogen ze terugkomen voor het volgende TTC-traject.

De Iyo-stam
De genoemde drie mannen komen uit een taalgroep die de naam Iyo draagt. De stammen die tot deze taalgroep behoren, tellen ongeveer 7000 bewoners en hebben sinds 2009 een Nieuwe Testament in hun eigen taal.
Het beleid van Wycliffe / SIL in Papoea-Nieuw-Guinea is dat het vertaalwerk steeds meer door Papoea-Nieuw-Guineeërs zelf wordt verricht. Wanneer – in plaats van alleen blanken – ook eigen mensen betrokken zijn bij het vertaalwerk, neemt de bereidheid aanzienlijk toe om de Bijbelvertaling ook daadwerkelijk te gaan gebruiken.
Daarom hebben de Iyo-stammen nu drie mannen uitgekozen om opgeleid te worden tot bijbelvertaler en zo zelf de vertaling van het Oude Testament ter hand te nemen. Samen met nog 37 andere mannen en enkele vrouwen volgden zij TTC-1.

Michel geeft uitleg aan Tiepe

Michel geeft uitleg aan Tiepe

Mentoraat
Mijn rol hierbij was die van mentor. Ik begeleidde het Iyo-groepje tijdens de training en omdat de cursus in het Engels werd gegeven, legde ik alles waar nodig nog eens uit in het Tok Pisin.
Het is geweldig om te zien hoe deze mannen in zes weken een enorme sprong maken in kennis en vaardigheden. Zo hadden ze nog nooit eerder een woordenboek gezien en wisten ze ook niet hoe ze woorden op alfabetische wijze konden vinden. Dat je er zonder die kennis soms ook kunt komen, bewijzen de openingszinnen van deze weblog: ‘forgiveness’ komt eerder in het woordenboek voor dan ‘heaven’, want zonder vergeving kun je niet in de hemel komen! Tja, ontken dat maar eens. Gelukkig wisten ze aan het einde van de dag dat het in deze context iets beter is om te zeggen, dat de letter ‘f’ in het woordenboek vóór de letter ‘h’ komt.

De vertalersopleiding
De opleiding TTC-1 bestaat grofweg uit vier hoofdvakken. Het eerste vak is ‘Studievaardigheden’, waar de studenten leren omgaan met een woordenboek en een studiebijbel. Ze leren hoe ze voetnoten moeten lezen, hoe ze de concordantie kunnen gebruiken, landkaarten raadplegen en meer van dat soort zaken.

De studenten maakten van klei een landkaart van Israël

De studenten maakten van klei een landkaart van Israël

Het tweede vak is ‘Bijbelse Achtergronden’, waarbij ze in TTC-1 inzoomen op de tijd van de aartsvaders en de geografie van het land Kanaän. Op de foto zie je hoe de Iyo-studenten met klei een landkaart van Kanaän hebben gemaakt, een uiterst effectieve manier om de geografie van een land te onthouden.
Vervolgens komt het vak ‘Ontdek je eigen Taal’ aan de orde. Dit is een belangrijk vak voor iedereen die zich met meerdere talen bezig houdt. Eén van de moeilijkste dingen voor de studenten was het feit dat de woordvolgorde in bijvoorbeeld het Engels heel anders is dan in hun moedertaal. Op het moment dat ze een Engelse tekst in hun moedertaal vertalen, doen ze dit meestal heel letterlijk woord-voor-woord, terwijl dit in hun moedertaal een onleesbare tekst oplevert. Bij ‘Ontdek je eigen Taal’ leren ze begrijpen hoe je met zulke vertaalproblemen om moet gaan.
En als laatste is er het vak ‘Vertaalprincipes’. Hierbij komt onder meer aan de orde wat ‘vertalen’ nu eigenlijk precies is, waarom het zo moeilijk is, hoe je een concept vertaling maakt en hoe je die vervolgens controleert. Omdat het niet zomaar om een boek gaat, maar om het Woord van God, besteden we ook aandacht aan het eerbiedig, zorgvuldig en nauwgezet vertalen van de Bijbel. Ook wordt heel specifiek ingegaan op een aantal sleutelwoorden uit de Bijbel, zoals ‘God’, ‘altaar’, ‘offer’, ‘engel’, ‘hemel’, omdat die vaak lastig te vertalen zijn of bij Papoea-Nieuw-Guineeërs heel verkeerde associaties oproepen.

Afscheid
Na een intensieve periode van zes weken heb ik weer afscheid genomen van deze Iyo-vrienden. Het was een mooie tijd en hopelijk zien we ze weer terug bij TTC-2, één of twee jaar later. Want de voorwaarde is, dat ze hun opdrachten hebben afgerond en dat is onder meer het vertalen van Jozua 1-10 in hun moedertaal.
Laten we bidden om volharding voor deze mannen.