Tagarchief: vertalersopleiding

Bijbelse poëzie en dansende bijbelvertalers

(video onder aan de nieuwsflits)

De maand mei is altijd een hoogtepunt voor het opleidingscentrum in Ukarumpa. Dat is namelijk de maand waarin we de cursus TTC geven. TTC staat voor Translator’s Training Course, en vormt de basisopleiding voor Papoea-Nieuw-Guineese bijbelvertalers.
Dit jaar verwelkomden we maar liefst 31 vertalers uit 12 verschillende taalgroepen in TTC-1, terwijl de vervolgmodule TTC-2 zich mocht verheugen op 15 vertalers uit 6 verschillende taalgroepen. In TTC-1 gaf ik les in vertaalprincipes en in TTC-2 gaf ik les in bijbelse poëzie. En op dat laatste ga ik in deze nieuwsflits wat dieper in.

Vertalen van Bijbelse poëzie
Zoals u wellicht weet, bestaat de Bijbel voor een groot deel uit proza (verhalende tekst). Maar een belangrijk deel van Gods Woord is opgeschreven als poëzie (dichtkunst). Het bekendste voorbeeld zijn de Psalmen, maar ook daarbuiten treffen we in de Bijbel veelvuldig poëzie aan. Hele boeken zijn in dichtvorm geschreven, zoals Job, Psalmen, Spreuken, Hooglied en Klaagliederen. Maar ook de profetische boeken, zoals Jesaja, Jeremia, Ezechiël en de kleine profeten, bevatten in het Hebreeuws veel poëtische teksten. Het is een kunst apart om die poëtische teksten ook daadwerkelijk als poëzie te vertalen. In veel Bijbelvertalingen gebeurt dat niet. In onze opleiding trainen we de studenten om proza als proza te vertalen en poëzie als poëzie.

Inheemse poëzie
Wat een tekst nu tot poëzie maakt, verschilt per taal en cultuur. Een poëtische eigenschap als rijm komt bijvoorbeeld in Nederlandstalige poëzie heel veel voor, maar ontbreekt grotendeels in het Hebreeuws. Daarom hebben we – na een bespreking van de kenmerken van Hebreeuwse en Engelse poëzie – vooral gekeken naar de kenmerken van poëzie in de talen en culturen van de studenten.
Een belangrijk element van de vertaalopleiding is het trainen van de studenten in het daadwerkelijk gebruik van de vertaalde Bijbelboeken. Het creëren van bijbelse liederen is daar een mooi voorbeeld van. In TTC-2 vertalen de studenten Genesis 1-3 in hun eigen taal, plus Exodus 15. Dat laatste hoofdstuk is het lied van Mozes na Gods overwinning op de Egyptenaars en is in het Hebreeuws geschreven in dichtvorm.
Na het bestuderen en vertalen van Exodus 15 kregen de studenten de opdracht om op dit hoofdstuk uit de Bijbel te reflecteren en er in hun eigen taal een lied over te maken, als een cultureel antwoord op het lezen van dit gedeelte uit Gods Woord. De uitvoering van deze liederen was de moeite van het filmen waard.

Zie hier de video van zingende en dansende bijbelvertalers.

 

 

 

Foto-impressie Aramba (vervolg)

Aramba-01

In januari 2017 hebben we drie weken in Kiriwo gewoond, één van de vijf Aramba-dorpen. Dit keer willen we met een selectie foto’s een impressie geven van ons leven en werk onder de Aramba. Lees ook de eerste helft van de deze foto-impressie.

Aramba-31

 

Deze vrouw geeft ons regelmatig eten uit haar tuin en op onze beurt geven wij haar een brood en wat pindakaas – witte-mensen-eten. In Aramba, zoals vrijwel alle culturen in Papoea-Nieuw-Guinea is uitwisseling van eten erg belangrijk.

Aramba-32

In het vorige weblog hebben we foto’s laten zien van Aramba keukens. Onze keuken zag er (gelukkig) wat anders uit. Het zendingshuis is zo’n 35 jaar geleden gebouwd, en hoewel er veel kapot was, waren we ontzettend dankbaar dat we er gebruik van konden maken.

Aramba-33

Een klamboe (of muskietennet) is geen overbodige luxe. Ruth heeft de nodige avonturen beleefd in haar klamboe: één keer schrok ze wakker van een muis in haar klamboe die er niet meer uit kon en een andere keer schrok ze van ‘vuurtjes’ op haar klamboe. Ze had gelijk: het waren dode vuurvliegjes die niet opgewassen waren tegen de geïmpregneerde klamboe, maar nog wel licht bleven geven!

Aramba-34

De kinderen hebben van de internationale school uit Ukarumpa schoolwerk meegekregen, zodat ze bij terugkomst weer kunnen aansluiten. En juf Carlijn zorgt elke dag voor de lessen!

Aramba-35

Treintje spelen kan bijna overal (tenminste, als er stoelen zijn).

Aramba-36

Bijbelvertaler Katawer en zijn vrouw drinken een bakje koffie mee, iets wat ze normaal niet hebben en dus erg van genieten.

Aramba-37

Michel in gesprek met Sawiyam, een andere Aramba Bijbelvertaler.

Aramba-38

Er is een betrokken team van Aramba Bijbelvertalers. Voor sommigen is het wel twee dagen reizen om in ons dorp te komen. Michel heeft een goede start kunnen maken met het trainen van het vertaalteam. Dit trainen is nodig zodat straks het vertaalwerk beter kan verlopen.

Aramba-39Ook heeft Michel samen met het vertaalteam nagedacht over de spelling van het Aramba. Een goede spelling is belangrijk, vooral ook omdat het anders te moeilijk wordt voor mensen om te leren lezen.

Aramba-40

Het kerkgebouw is voorzien van perfecte airconditioning. We zijn verrast door het bestaan van een levende gemeente, en danken de Heere daarvoor.

Aramba-41

De mannen en vrouwen zitten netjes gescheiden.

Aramba-42

Ook de kinderen hebben een fijne tijd gehad. Hier zijn ze bezig met het maken van balletjes van palmbladeren.

Aramba-43Obadja is onze ‘brandweerman Sam’ en heeft zo zijn avonturen. Naast ons huis stond een tractor met een bijennest erin. Op een dag besluit hij om dat probleem wel eventjes in zijn eentje te fiksen: gewoon een paar emmers water eroverheen gooien. Zo gezegd, zo gedaan! Eén minuut later komt onze ‘brandweerman Sam’ gillend terug met een bijensteek.
Het buurmeisje vijftig meter verderop hoort hem gillen en begrijpt meteen wat er aan de hand is. In een mum van tijd heeft ze de juiste bladeren gevonden om de pijn voor onze held te verzachten.

Aramba-44

Beteuterd en schuldbewust: wat was die kliederpartij in de modder leuk! Maar wat zou mama ervan vinden …?

Aramba-45… tijd om te gaan wassen in de rivier. Niet bepaald een straf en in werkelijkheid een van de hoogtepunten voor de kinderen. In Ukarumpa hebben we geen gelegenheid om te zwemmen, maar hier is het elke dag raak. Hannah heeft een geweldige ‘springplank’ gevonden (in de boom).

Aramba-46

Mannen en vrouwen hebben verschillende plekken in de rivier om te wassen / zwemmen. Obadja is hier op de mannenplek. Kun je’m vinden?

Aramba-47

De rivier wast alles af, ook de kleren en de vaat!

Aramba-48

Hannah met haar vriendinnetje. Het is – zoals overal in de tropen – altijd vroeg (ongeveer 7 uur) donker.

Aramba-49En een man kan niet zonder een boog. Obadja kijkt aandachtig toe hoe deze man een boog voor hem maakt.

Aramba-50Maar dan moet je er nog mee leren schieten. Jong geleerd, oud gedaan! We zien uit naar het moment dat onze jager thuiskomt met vers geschoten wild…

Aramba-51

Michel moet de volgende keer echt mee op jacht. Ze hebben een boog gemaakt en hier krijgt hij les om bovenhands (!) te schieten. Dames opgelet: stap nooit over de boog van een man!

Aramba-52

Naast zijn pijl en boog, krijgt Michel er ook nog een tas bij, speciaal voor hem gemaakt met zijn eigen naam erop: ‘Michel Poaw’. Volgens Michel het bewijs dat de tas handgemaakt en heel speciaal is.

Aramba-53

Tijd voor vertrek. Afscheid nemen is nooit leuk, maar we mogen terug zien op een rijke en gezegende tijd.

Aramba-54

Nog éven bij de Aramba-meisjes zitten voordat het vliegtuig vertrekt.

Aramba-55

En Obadja bij de jongens.

Aramba-56En dan gaan we echt: tot ziens!

Foto-impressie Aramba

Aramba-01

 

 

In januari 2017 hebben we drie weken in Kiriwo gewoond, één van de vijf Aramba-dorpen. Dit keer willen we met een selectie foto’s een impressie geven van ons leven en werk onder de Aramba.

Aramba-02

 

Klaar voor vertrek! De Aramba mensen wonen in een afgelegen gedeelte van PNG en daarom gaan we per vliegtuig. In het dorp waar we heen gaan is gelukkig een landingsbaan. We zijn erg blij dat Carlijn Roest met ons mee gaat als juf voor Hannah, Ruth en Obadja.

Aramba-03

Dit keer hebben we een heel bijzondere co-piloot: Hannah boft! Ze mag voorin naast de piloot zitten.

Aramba-04

Na anderhalf uur vliegen (en nog een tussenstop om te tanken) komt het dorp Kiriwo in zicht. De landingsbaan is duidelijk te zien en aan weerszijden van de landingsbaan zijn huizen gebouwd. Dit gedeelte van Papoea-Nieuw-Guinea is erg dunbevolkt. Op weg ernaartoe zagen we bijna overal oerwoud, en af en toe een rivier die zich door het landschap slingert. Ook is dit gebied niet bergachtig, zoals Ukarumpa in de Hooglanden, maar vlak, waar we ons als Nederlanders wel goed bij voelen.

Aramba-05

Net aangekomen. Vanaf de zijkant staan verschillende mensen toe te kijken wat er gaat gebeuren.

Aramba-06De verbazing is wederzijds: ‘Waar ben ik nu dan toch beland?!’ (Josia)

Aramba-07

Vele schouders maken licht werk. Iedereen helpt een handje mee om onze spullen, inclusief eten voor 3 weken, naar het zendingshuis te dragen. Een koffer met onder andere meel, rijst en melkpoeder weegt maar liefst 35 kg. Geen probleem, gewoon op de schouder.

Aramba-08

 

 

Daar zijn we dan! Ons thuis voor de komende 3 weken. Het vliegtuig is weg, een weg terug is er voorlopig niet meer. Gelukkig staat er in het dorp een telefoonmast van Digicel, een bedrijf dat verantwoordelijk is voor het mobiele netwerk in het land. Er is dus mogelijkheid om (op beperkte schaal) te e-mailen en zelfs te internetten. Maar als dit netwerk een week lang plat ligt, wat bij ons gebeurde in de derde week, dan rest ons alleen een radioverbinding met de buitenwereld.

Aramba-09

De eerste avond krijgen we een hartelijke ontvangstmaaltijd in de kerk. We zitten op geweven matten en er is voor ons gekookt. Jam, zoete aardappel, taro, ananas en zelfs rijst, eigenlijk een luxe product. Vanaf morgen gaan we zelf koken …

Aramba-10

 

 

Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Het was ons helaas niet gelukt om een gasfles mee te nemen, dus moeten we op een houtvuur koken. En dat is heel bewerkelijk: bomen hakken, hout splijten, naar huis dragen. Gelukkig wordt dit alles voor ons gedaan: op de foto onze ‘zus’ Koretta, de vrouw van de hoofdvertaler die ook onze gastvrouw is. Zij komt elke dag controleren of we wel genoeg hout hebben en zo niet, dan komt ze het ‘wel even’ brengen. En daar zijn we eerlijk gezegd wel héél erg blij mee, als je kijkt naar de last op haar hoofd …

Aramba-11

Gelukkig hebben we tijdens de Pacific Orientation Course (POC) geleerd hoe je snel een vuur maakt, maar dat is toch alweer drie jaar geleden. Gelukkig worden we er wel steeds handiger in. En als het ons écht niet lukt, bijvoorbeeld als het hout nat is …, dan is er wel iemand om ons te helpen. Alles wat de Aramba mensen nodig hebben, is een bepaald soort bamboe óf een lege aansteker, want die vonkt nog!

Aramba-12

Van deze hele grote pan hebben we een oven gemaakt, zodat we er brood en cake in kunnen bakken.

Aramba-13

In Ukarumpa doe je de cake in de oven, steek je de oven aan, zet je een wekker op 50 minuten en na 50 minuten kijk je of de cake klaar is. Hier is het een tikkeltje lastiger om het vuur zo lang aan te houden. Een blaaspijp van bamboe doet wonderen…

Aramba-14

Josia’s plekje als Erna bij het vuur is.

Aramba-15Carlijns hulp bij het koken komt heel goed van pas, want het blijft een tijdrovend karweitje.

Aramba-16

Ondertussen kunnen wij ons eten uit onze koffers halen. Maar Aramba vrouwen gaan dagelijks naar hun tuinen om hun eten te halen. Nu, in het begin van het regenseizoen zijn dit vooral knolgewassen en ananas, groenten zijn er op het moment niet. Willen ze vlees? Dan moeten zij of hun mannen gaan jagen of vissen.

Aramba-17

Over ananassen gesproken…, die zijn in Aramba een tikkeltje groter dan in Nederland. En dit was volgens degene die hem ons cadeau gaf nog maar een kleintje.

Aramba-18

Het laatste uur heeft geslagen voor deze kasuaris (een soort struisvogel). Hij werd als jonge vogel in de jungle gevangen. De eigenaar heeft er goed voor gezorgd, maar nu is het tijd voor de slacht. Hij zal wordt gegeten op een afscheidsmaal voor enkele kinderen die naar de ‘grote school’ gaan en dus voor een jaar van huis zijn. Het slachten is een hele happening, want kasuarissen zijn gevaarlijk als ze boos worden en kunnen met hun poten met gemak een volwassen man doden. En er is maar één manier om hem te doden zonder bloed te vergieten…

Aramba-19

 

Michel krijgt de eer om als eerste een stuk uit te kiezen.

Aramba-20

 

Andere huisdieren die vetgemest worden voor de slacht …

Aramba-21

Maar er zijn niet alleen huisdieren. Op een dag horen we plotseling een groot geschreeuw, ‘fater’, ‘fater’ (= slang), gevolgd door het geluid van het slaan op de grond. Bij nadere inspectie gaat het om deze slang, gelukkig niet giftig, maar wel vervelend. Overigens is er altijd het gevaar van wel degelijk (heel) giftige slangen…

Aramba-22

Het werk van een Bijbelvertaler: loodgieter, elektricien, timmerman, ….

Aramba-23

Op bezoek bij de buren. De buurvrouw is bezig om touw te maken van vezels uit een bepaald bladsoort. Daarna maakt ze van dat touw een hendel aan een zelfgemaakte tas, ook van natuurlijk materiaal.

Aramba-24

Erna mag ook proberen het touw te draaien, het lukt aardig.

Aramba-25

Hetzelfde huis, maar dan ’s avonds. Links een keuken, waar ze vooral overdag zijn. De vuurplaats staat op palen, zodat die op gelijke hoogte is met het zitgedeelte. Rechts een ommuurd huis met muren dat vooral gebruikt wordt om in te slapen. De muren en daken zijn gemaakt van boomschors.

Aramba-26

 

 

 

 

 

 

Nog een keuken, omdat het regent zijn veel mensen binnen.

Aramba-27

Hier wordt tapiok geschild, een knolgewas.

Aramba-28

Een moeder met haar kinderen, buurkinderen en jachthonden. Ze heeft net cassave voor haar kinderen klaargemaakt als lunch, een ander knolgewas.

Aramba-29

Dankzij Carlijn kunnen we ’s avonds mensen bezoeken. Hier zijn we bij het oudste echtpaar uit het dorp. De man vertelt graag verhalen, maar hij spreekt geen woord Engels. We hebben het een en ander opgenomen, zodat we het na kunnen luisteren en er hopelijk later meer van kunnen begrijpen.

Aramba-30

Dit Aramba baby jongetje vindt het een beetje spannend. Hij blijft even op schoot zitten, maar besluit dan toch maar voor de zekerheid weg te kruipen. Je weet maar nooit met die ‘marchai’ (blanken).

(Dit was deel 1 van 2; wordt vervolgd!)

Ruth en de geesten van het voorgeslacht

‘Een jaar lang hebben we gebeden om jouw komst en nu is ons gebed verhoord!’ Zo’n reactie stemt aanvankelijk tot grote dankbaarheid, totdat je hoort welk gedachtegoed er achter schuilgaat.

Dat was de ervaring van één van onze POC-medestudenten in zijn vier weken durende verblijf in de jungle. Hij was erg onder de indruk van het feit dat ze in zijn komst een gebedsverhoring zagen. Het gaf hem een geweldige mogelijkheid om veel te vertellen over God en de Bijbel, want ze wilden alles van hem weten, maar vooral ook alles over hem. Na drie weken vertelde iemand hem, dat er in het vorige jaar twee jongens in het dorp waren overleden. Op een gegeven moment claimden de ouders van de ene jongen, dat zij contact hadden gehad met de geest van hun overleden zoon. Als gevolg van dit contact hadden ze dit jaar een uitzonderlijke oogst, zo beweerden zij. Van de weeromstuit gingen de ouders van de tweede jongen ook bidden om contact met de geest van hún zoon. Uiteraard in de hoop dat zij eveneens een overweldigende oogst zouden krijgen.

Na een jaar intensief bidden, konden ze dan eindelijk die woorden uitspreken: ‘Een jaar lang hebben we gebeden om jouw komst en nu is ons gebed verhoord!’ Ze waren er vast van overtuigd dat onze blanke vriend hun zoon was, die op hun gebed als geest was teruggekeerd. En al wendde hij al zijn overredingskracht aan om hun te overtuigen van hun ongelijk, het versterkte hun alleen maar in hun mening. Immers, het feit dat deze blanke ontkende de geest van hun zoon te zijn, betekent niets anders dan dat hij onvrijwillig was teruggekeerd. En dát hij dan toch maar was teruggekeerd, hadden ze te danken aan hun hartstochtelijk bidden.

Een aangrijpend voorbeeld van syncretisme (vermenging van godsdiensten) dat ook in Papoea-Nieuw-Guinea aanwezig is. Want de mensen die geloofden dat de geesten van hun kinderen waren teruggekeerd, waren christenen!

Tijdens de vervolgcursus Hebreeuws die ik nu geef, kwam dit verhaal weer terug. Met een klein groepje studenten las ik het Bijbelboek Ruth in het Hebreeuws. Het was in vers 8, dat we even moesten pauzeren, want: gaat het hier echt over dodenverering?!

  • Ruth 1:8 (SV) Zo zeide Naomi tot haar twee schoondochters: (…) de HEERE doe bij u weldadigheid,  gelijk als gij gedaan hebt bij de doden, en bij mij.
  • Ruth 1:8 (HSV) zei Naomi tegen haar twee schoondochters: (…) Moge de HEERE jullie goedertierenheid bewijzen, zoals jullie die bewezen hebben aan hen die gestorven zijn, en aan mij.

Mijn Papoea-Nieuw-Guineese collega-bijbelvertalers vroegen zich op het eerste gezicht af: wat hebben die schoondochters dan met die doden gedaan? Vereerden zij hun doden? En terugdenkend aan bovenstaand verhaal herinnerde ik me hoe levend de wereld van de doden is, in de beleving van Papoea-Nieuw-Guineeërs. Ik vertelde hun bovenstaand verhaal en vroeg wat ze daarvan vonden. Ja, dat vonden ze helemaal niet gek. Want de meeste mensen in hun dorp geloven nog steeds dat blanken in feite geesten van hun voorouders zijn.

Ik legde uit dat de Bijbel geen ruimte laat aan dodenverering en dat we in Ruth 1:8 goed op de context moeten letten. Ruth 1:8 gaat niet over weldoen aan de doden, maar over het feit dat Orpa en Ruth wel hebben gedaan aan Elimelech, Machlon en Chiljon toen ze nog in leven waren. En ze worden uiteraard ‘doden’ genoemd, omdat ze ‘nu’, op het moment dat Naomi dit tegen Orpa en Ruth zegt, niet meer leven.

Om te voorkomen dat hun Bijbelvertaling voeding geeft aan bestaande dwalingen, zoals dodenverering, hebben we besloten om het laatste deel van het vers als volgt te vertalen: ‘zoals jullie hebben gedaan aan uw geliefden, die nu niet meer leven’.

Hebreeuws in Papoea-Nieuw-Guinea (met video!)

Is het nodig om de Bijbel op het zendingsveld rechtstreeks te vertalen vanuit de grondtalen Hebreeuws, Aramees en Grieks? Hoewel dit zeker de voorkeur verdient, laat de geschiedenis van het Bijbelvertaalwerk zien, dat dit heel vaak niet het geval is.

Titelpagina van de Statenbijbel uit 1637.

Nederlandse Bijbelvertalingen
Het heeft tot maar liefst 1637 geduurd vóórdat er een Nederlandse Bijbelvertaling werd gedrukt die gebaseerd was op de grondtalen van de Bijbel. Dit was de Statenvertaling. De Statenvertaling was echter bij lange na niet de eerste Nederlandse Bijbelvertaling. Sinds de ontdekking van de boekdrukkunst in Europa rond 1450 waren er al maar liefst 6 andere Nederlandse Bijbelvertalingen op de markt verschenen. Deze waren echter óf gebaseerd op de Latijnse Vulgaat óf op de Duitse Luthervertaling. Ook door middel van deze vertalingen hebben mensen God leren kennen en zijn er levens veranderd.
Niettemin was er grote vreugde toen er in de 17e eeuw een Nederlandse vertaling van de Bijbel verscheen die rechtstreeks uit de grondtalen was vertaald.

Bijbelvertalingen in Papoea-Nieuw-Guinea
Net als in Nederland zijn ook veel eerste Bijbelvertalingen op het zendingsveld niet rechtstreeks vertaald uit de grondtalen. Omdat niet iedere zendeling en bijbelvertaler de grondtalen beheerst, wordt ook in Papoea-Nieuw-Guinea bij het vertalen vaak uitgegaan van een bestaande Engelse of Tok Pisin Bijbelvertaling. Pas in de check-fase wordt het resultaat vergeleken met de grondtekst en op basis daarvan waar nodig aangepast.

Een van de studenten oefent met Hebreeuwse woorden.

Ukarumpa Training Centre: Hebreeuws!
Het was een van mijn wensen om in Papoea-Nieuw-Guinea verder te gaan met het onderwijzen van de Bijbelse talen. De achterliggende tijd is deze wens in vervulling gegaan. Gedurende zes weken heb ik het voorrecht gehad les te geven aan een groep Papoea-Nieuw-Guineese bijbelvertalers. Ze waren uiterst gemotiveerd omdat zo graag wilden weten wat er oorspronkelijk nu écht staat. Een van de deelnemers verwoordde het als volgt: ‘Ik zag dat de Bijbel vaak eerst vanuit het Hebreeuws in het Engels was vertaald, vervolgens vanuit het Engels naar het Tok Pisin en tenslotte vanuit het Tok Pisin naar onze moedertaal. Het kan niet anders dan dat er in dat mijlenlange proces elementen van het oorspronkelijke Hebreeuws verloren zijn gegaan. Nu volg ik deze cursus, omdat ik graag de betekenis van het Hebreeuws rechtstreeks in mijn moedertaal wil vertalen’.

Een van de studenten leest uit de Hebreeuwse Bijbel.

Michel leert de studenten nieuwe woorden aan de hand van concrete voorwerpen.

Hebreeuws als levende taal
Het bijzondere aan deze cursus is dat we het Hebreeuws als levende taal aanleren. Behalve Engels spreken we dus vooral ook Hebreeuws met elkaar. Eerst leren de studenten het alfabet en al vanaf het begin werken ze aan de opbouw van hun Hebreeuwse woordenschat. Dat doen we aan de hand van concrete voorwerpen (zoals brood, vlees, man, vrouw, paard, kameel, ezel, huis, zwaard, jongen, beker, water, etc.). Als docent wijzen we naar de voorwerpen, waarbij we het Hebreeuwse woord noemen. Vervolgens bekijken we deze voorwerpen op afbeeldingen aan de muur. Wij noemen het Hebreeuwse woord en de studenten zoeken het op. Zo leren ze Hebreeuws zonder tussenkomst van het Engels.
Daarnaast leren we Bijbelverzen in het Hebreeuws uit het hoofd en zingen we Hebreeuwse liederen. Elke morgen lezen we in het Hebreeuws voor uit de geschiedenissen van Elia in 1 Koningen 17-19, waarbij we met elkaar zoveel mogelijk Hebreeuwse woorden met gebaren en voorwerpen uitbeelden. Als we dat hebben gedaan, gaan we in kleine groepjes uiteen om dezelfde Bijbelpassage met elkaar in het Hebreeuws te lezen.

Video-impressie
Via bovenstaande video kunt u een kijkje nemen bij de Cursus Hebreeuws. Aan het einde van de cursus was ik onder de indruk van het resultaat. Alle studenten kunnen na zes weken elke willekeurige passage uit de Hebreeuwse Bijbel lezen. Ze begrijpen daarvan nog lang niet alles, maar ze hebben nu een basis gelegd voor de vervolgcursus Hebreeuws 2 in oktober en november 2014.