Tagarchief: PNG

In de startblokken …

Een deel van onze bagage staat al klaar: aanstaande dinsdag hopen we voor drie weken te vertrekken naar Aramba. Deze keer met ons hele gezin, dus er komt een hoop bij kijken.

Niet alleen de normale dingen, zoals kleding en speelgoed, maar ook borden, bestek, waterfilter, eten voor drie weken, allerlei materialen voor alfabetiseringswerk en bijbelvertaalwerk, gereedschap om het vervallen huis op te knappen, zelfs een ijzeren frame om een kleine nieuwe watertank op het dak te monteren, etc. etc. Er gaat een hoop energie zitten in de voorbereiding!

Om nog maar niet te spreken over het bestuderen van de te behandelen bijbelgedeelten. Michel hoopt te samen met allerlei Aramba vertalers te werken aan de vertaling van het Markusevangelie.
Een Amerikaanse collega, Julia, gaat ondertussen aan de slag met alfabetiseringswerk, want het niet kunnen lezen in Aramba blijkt voor veel Aramba mensen een te hoge drempel om Bijbelgedeelten in het Aramba daadwerkelijk te lezen en te gebruiken.

Hannah, Ruth en een vriendinnetje hebben goed meegeholpen (zie boven) met het klaarmaken van zakjes met een schrift, twee potloden, een gum en puntenslijper en een alfabetkaartje (zie onder).

We hopen en bidden om een gezegende tijd bij de Aramba en dat er veel werk verzet mag worden. Bid u mee?

 

Bijbelse poëzie en dansende bijbelvertalers

(video onder aan de nieuwsflits)

De maand mei is altijd een hoogtepunt voor het opleidingscentrum in Ukarumpa. Dat is namelijk de maand waarin we de cursus TTC geven. TTC staat voor Translator’s Training Course, en vormt de basisopleiding voor Papoea-Nieuw-Guineese bijbelvertalers.
Dit jaar verwelkomden we maar liefst 31 vertalers uit 12 verschillende taalgroepen in TTC-1, terwijl de vervolgmodule TTC-2 zich mocht verheugen op 15 vertalers uit 6 verschillende taalgroepen. In TTC-1 gaf ik les in vertaalprincipes en in TTC-2 gaf ik les in bijbelse poëzie. En op dat laatste ga ik in deze nieuwsflits wat dieper in.

Vertalen van Bijbelse poëzie
Zoals u wellicht weet, bestaat de Bijbel voor een groot deel uit proza (verhalende tekst). Maar een belangrijk deel van Gods Woord is opgeschreven als poëzie (dichtkunst). Het bekendste voorbeeld zijn de Psalmen, maar ook daarbuiten treffen we in de Bijbel veelvuldig poëzie aan. Hele boeken zijn in dichtvorm geschreven, zoals Job, Psalmen, Spreuken, Hooglied en Klaagliederen. Maar ook de profetische boeken, zoals Jesaja, Jeremia, Ezechiël en de kleine profeten, bevatten in het Hebreeuws veel poëtische teksten. Het is een kunst apart om die poëtische teksten ook daadwerkelijk als poëzie te vertalen. In veel Bijbelvertalingen gebeurt dat niet. In onze opleiding trainen we de studenten om proza als proza te vertalen en poëzie als poëzie.

Inheemse poëzie
Wat een tekst nu tot poëzie maakt, verschilt per taal en cultuur. Een poëtische eigenschap als rijm komt bijvoorbeeld in Nederlandstalige poëzie heel veel voor, maar ontbreekt grotendeels in het Hebreeuws. Daarom hebben we – na een bespreking van de kenmerken van Hebreeuwse en Engelse poëzie – vooral gekeken naar de kenmerken van poëzie in de talen en culturen van de studenten.
Een belangrijk element van de vertaalopleiding is het trainen van de studenten in het daadwerkelijk gebruik van de vertaalde Bijbelboeken. Het creëren van bijbelse liederen is daar een mooi voorbeeld van. In TTC-2 vertalen de studenten Genesis 1-3 in hun eigen taal, plus Exodus 15. Dat laatste hoofdstuk is het lied van Mozes na Gods overwinning op de Egyptenaars en is in het Hebreeuws geschreven in dichtvorm.
Na het bestuderen en vertalen van Exodus 15 kregen de studenten de opdracht om op dit hoofdstuk uit de Bijbel te reflecteren en er in hun eigen taal een lied over te maken, als een cultureel antwoord op het lezen van dit gedeelte uit Gods Woord. De uitvoering van deze liederen was de moeite van het filmen waard.

Zie hier de video van zingende en dansende bijbelvertalers.

 

 

 

Update: goed nieuws

Eind vorige week hebben we de meeste uitslagen van onderzoeken binnen gekregen. Het blijkt dat bij mij 1 van de 4 grote vaten naar de hersenen geblokkeerd is. Waarschijnlijk door een dissectie, een soort scheur aan de binnenkant van het bloedvat, waardoor het is dicht gaan zitten. Daarvandaan is dan waarschijnlijk een stolseltje losgeschoten, wat het infarct hogerop in de hersenen heeft veroorzaakt. De prognose is vrij gunstig, de kans op herhaling is klein. Dat 1 van de 4 vaten dicht zit, is op zich niet erg, omdat de andere drie vaten dat compenseren. Het vat kan in de loop van een half jaar spontaan herstellen, willen jullie hierom bidden?

Het goede nieuws is dat we bericht gekregen hebben dat we ondanks alles wat er is gebeurd, toch terug mogen naar PNG, op de geplande datum van 5 maart. Hier zijn we erg blij mee. God heeft weer geopende deuren gegeven!

Ook zit er schot in het visumproces van Lois en we hopen haar paspoort met visum met ongeveer een week in handen te hebben.

Hartelijk dank voor alle meelevende reacties en kaartjes en voor iedereen die biddend om ons heen heeft gestaan de afgelopen dagen. Het heeft ons enorm goed gedaan!

Een hartelijke groet,

ook namens Michel en de kinderen,

Erna Pauw

Een Boek dat tot leven komt

‘Wij willen dat de Bijbel een levend boek wordt!’, zo luidde één van de gebedspunten tijdens een doordeweekse kerkelijke samenkomst in Aramba. Zonder dat ze het wisten, was dit een antwoord op onze gebeden voorafgaand aan Michels derde verblijf in Aramba, dit keer alleen.

(Deze tekst verscheen eerder in het kerkblaadje van onze thuisgemeente)

Een levend boek?
Tijdens onze eerste twee bezoeken aan Aramba konden we niet zo’n goed beeld krijgen van de plaatselijke kerk in Aramba. We vonden dat er maar weinig mensen naar de kerk kwamen en dan vooral vrouwen en kinderen. Aan de andere kant kwamen we veel enthousiasme tegen voor het Bijbelvertaalproject. Maar dat kwam vooral van de kant van de kerkleiders en de vertalers.

De landelijke kerk, waarbij de plaatselijke kerk in Aramba is aangesloten, is goed georganiseerd, gezond in de leer en de kerkleiders in Aramba geven blijk van een oprecht geloofsleven in afhankelijkheid van God en in bewogenheid met mensen. Maar hoe zit het met de doorsnee Aramba-mensen?

Deze vragen hielden ons erg bezig, toen we dit verblijf in het dorp aan het voorbereiden waren. We hebben gebeden of de Heere iets wil laten zien van Zijn werk onder deze mensen.

Dankdag voor gewas
Op de dag van aankomst is er een samenkomst in de kerk, waarin de gemeente bij elkaar komt om de Heere te danken voor de eerste oogst (eerstelingen) van de yams. Op de foto hieronder ziet u een vrouw die haar yams aan de stapel toevoegt.

Een vrouw brengt haar 'eerstelingen'

Tàrsá tàxwe
Op woensdagavond hoor ik plotseling de kerkbel. Ik ben nergens van op de hoogte, dus ik informeer bij een paar mensen wat er gaat gebeuren. Het antwoord is verblijdend: de kerk heeft enkele weken besloten om ook doordeweekse diensten te houden. Er was namelijk meer behoefte aan kerkelijk contact! Het wordt een lange avond, van circa 7 tot 10 uur en de kerk zit helemaal vol. Het programma is een mix van veel zingen, bidden en het luisteren naar getuigenissen van een groep vrouwen die op vrouwenkamp waren geweest en vertelden over het werk van God dat ze gezien hadden. Ik kan lang niet alles volgen, omdat alles in Aramba wordt gesproken. Maar op een gegeven moment spits ik mijn oren, als ik de woorden tàrsá tàxwe hoor. Er wordt gevraagd waarvoor gebeden kan worden en één van de vrouwen antwoord met deze woorden: dat de Bijbel een tàrsá tàxwe, ofwel een levend Woord mag worden! En met instemming wordt dat gebedspunt ontvangen.

Ik ben ontroerd. Dit is een antwoord van God op ons gebed! En mijn gedachten beginnen te malen: de mensen beseffen dat de Bijbel het levend Woord van God is, maar zo ervaren de mensen de Bijbel blijkbaar (nog) niet. Zou er een verband zijn met het feit dat de Bijbel niet in hun eigen taal, maar in het moeilijke Engels gelezen wordt? Bestaat er een verband tussen de geringe zeggingskracht van de Engelse Bijbel en de lage opkomst in de kerk? Ik had geen sterkere bemoediging kunnen krijgen aan het begin van mijn verblijf in Aramba, om dóór te gaan met het vertaalwerk voor deze mensen.

Het Woord gaat open
In het weekend word ik gevraagd om op zondag het Woord uit te leggen. Ik besluit te spreken over de Bijbel als levend Woord van God. Aan de hand van Filippenzen 2:1-11 staan we stil bij het levend geworden Woord, Jezus Christus, Die Zich niet voorstond op Zijn Goddelijkheid, maar Zich vernederde door mens te worden. De toepassing vinden we in vs. 5: Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jesus was (SV) of: Laat daarom die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was (HSV). Om welk gevoelen, om welke gezindheid gaat het hier? Om die van nederigheid.

Ik spreek in het Engels en terwijl ik luister hoe mijn vriend Katawer het in Aramba vertaalt, zie ik de gemeente aandachtig luisteren. En ik bid dat Gods Woord beslag mag leggen op deze mensen.

De volgende dag word ik gevraagd of ik op woensdag weer het Woord wil uitleggen en zondag weer. En opnieuw worden de diensten goed bezocht. Ik realiseer me dat ook dit antwoorden zijn op ons gebed. Er is meer honger en dorst naar het Woord van God dan we aanvankelijk hadden gezien.

De kerk zit vol

De kerk zit vol

Afscheidsmaaltijd
Aan het eind van de twee weken is het tijd van afscheid nemen. In Aramba gebeurt dat met een gezamenlijke afscheidsmaaltijd in de kerk. Daar had ik er al drie van meegemaakt, maar deze vierde sloeg alles. De opkomst was overweldigend, zodanig dat we moesten uitwijken naar het veld buiten de kerk, omdat de kerk te klein was. Ik ervoer dat er een klik gekomen was met deze mensen en dat dit ook wederzijds was. Maar het mooiste komt nog.

Tijdens een van de gebruikelijke afscheidsspeeches was er ook een speech van een van de dorpsoudsten. Hij spreekt geen woord Engels, maar met mijn gebrekkige Aramba-kennis en zijn uitbundige gebaren begrijp ik al snel dat hij refereert aan het thema van nederigheid van de eerste zondag. Later begrijp ik dat hij geraakt was door dat thema van nederigheid en mij bedankte voor deze Bijbelse boodschap.

Bijzondere eieren …

Eieren zijn prijzig in Ukarumpa en bovendien zitten er tussen de eieren uit de winkel ook heel regelmatig rotte exemplaren. Voor ons een belangrijke reden om zelf kippen te houden. Bijkomende voordelen zijn dat we op die manier zekerder zijn van onze voorraad eieren en dat het heel educatief is voor de kinderen. Ze spelen met de kippen, zorgen voor eten en drinken en … ze treuren om de kippen die dood gaan. Om nog maar niet te spreken van de vele betekenisvolle gesprekjes die ontstaan bij al het wel en wee van de dieren.

IMG_3418Om het kippenaantal op peil te houden, probeer ik (Erna) af en toe uit te breiden door kuikentjes uit te broeden. We kunnen hier op het centrum alleen geen haan houden. Daarom proberen we af en toe bevruchte eieren te kopen vanuit naburige dorpen. Dat lukt lang niet altijd. Kippen houden in de dorpen is lastiger dan het lijkt. Het liefst lopen de kippen natuurlijk los, maar dan lopen ze het risico gestolen te worden of aangevallen door loslopende honden. Kuikens die buiten lopen, worden ook vanuit de lucht aangevallen door roofvogels. Kippen binnen houden is ook lastig, want dan heb je een goed hok nodig. Echt goed, want uit ervaring weten we dat honden gewoon dwars door een simpele laag kwartjesgaas heen breken. En je moet ze natuurlijk dan ook zelf eten geven.

weblog kip 1Broedeieren kopen lukt dus lang niet altijd, maar deze keer hadden we geluk en kochten we 12 kleine witte eitjes, netjes in een eierdoosje. Gelijk maar onder onze broedse kip gelegd, die ze dankbaar bedekt en geduldig gaat zitten. De volgende dag blijkt er één ei uit het nest te zijn gerold en daarbij gebroken. Ruth ruimt het ei op en komt vertellen dat er iets harigs in zit. ‘Nee joh, dat kan niet. Kuikens beginnen pas na 24 uur broeden te groeien en dan is er de eerste dagen nog nauwelijks iets te zien.’

Drie dagen later…. Drie springende kinderen voor mijn neus: ‘We hebben een kuikentje gezien! We hebben een kuikentje gezien!’ Ik weet zeker dat dat niet kan, zal vast een strootje zijn of zoiets. Toch maar even kijken… en warempel, we tellen al vijf kleine kuikentjes. En dat na vier dagen. Plotseling gaat me een lichtje branden. De 12 kleine witte eitjes, zo schattig in het eierdoosje, waren natuurlijk al ruim 2 weken bebroed toen ik ze kocht! Gelukkig hebben we ze gelijk onder onze hen gelegd. Nu zijn er vijf uitgekomen. Zouden de andere zes het overleefd hebben en nog uitkomen? Of waren die misschien nog niet bebroed?

weblog kip 2Voor onze kinderen is het een feestje. Ze genieten van de schattige kleine kopjes die steeds nieuwsgierig te voorschijn komen, en het is zo spannend hoeveel het er uiteindelijk zullen zijn. En dat op de laatste dag van de schoolvakantie, wat een verrassing!

Onwillekeurig denk ik aan iets wat we hier in Ukarumpa nog wel eens tegen elkaar zeggen bij plannen en plannen maken: ‘Plannen zijn er om veranderd te worden’. Want het gaat hier vaak zo anders dan je denkt of dan je plant of zelfs anders dan je had kunnen bedenken. Hoe waar is dat hier! Hoe waar, niet alleen hier in Ukarumpa en nu met de kuikentjes, maar ook voor zoveel mensen over de hele wereld. In Nederland lijkt het leven misschien nog wel aardig maakbaar. Hoewel?

Is het erg als ons leven anders gaat dan we hadden gedacht? Is het belangrijk om controle te hebben over ons leven? In Gethsemane gaf Jezus de controle over Zijn leven in de handen van Zijn Vader: ‘niet Mijn wil, maar Uw wil geschiede!’ Zoals het voor Hem gold, zo geldt het ook voor ons die Hem volgen: we hoeven ons leven niet in eigen hand te houden, liever niet zelfs. We zijn zo veel beter af als we ons leven laten leiden en besturen door onze hemelse Vader. Schuilen onder Zijn zorgzame vleugels en volgen in gehoorzaamheid, ook al gaat dat dwars tegen onze planning in. Gods planning faalt nooit!