Tagarchief: Hebreeuws

Ruth en de geesten van het voorgeslacht

‘Een jaar lang hebben we gebeden om jouw komst en nu is ons gebed verhoord!’ Zo’n reactie stemt aanvankelijk tot grote dankbaarheid, totdat je hoort welk gedachtegoed er achter schuilgaat.

Dat was de ervaring van één van onze POC-medestudenten in zijn vier weken durende verblijf in de jungle. Hij was erg onder de indruk van het feit dat ze in zijn komst een gebedsverhoring zagen. Het gaf hem een geweldige mogelijkheid om veel te vertellen over God en de Bijbel, want ze wilden alles van hem weten, maar vooral ook alles over hem. Na drie weken vertelde iemand hem, dat er in het vorige jaar twee jongens in het dorp waren overleden. Op een gegeven moment claimden de ouders van de ene jongen, dat zij contact hadden gehad met de geest van hun overleden zoon. Als gevolg van dit contact hadden ze dit jaar een uitzonderlijke oogst, zo beweerden zij. Van de weeromstuit gingen de ouders van de tweede jongen ook bidden om contact met de geest van hún zoon. Uiteraard in de hoop dat zij eveneens een overweldigende oogst zouden krijgen.

Na een jaar intensief bidden, konden ze dan eindelijk die woorden uitspreken: ‘Een jaar lang hebben we gebeden om jouw komst en nu is ons gebed verhoord!’ Ze waren er vast van overtuigd dat onze blanke vriend hun zoon was, die op hun gebed als geest was teruggekeerd. En al wendde hij al zijn overredingskracht aan om hun te overtuigen van hun ongelijk, het versterkte hun alleen maar in hun mening. Immers, het feit dat deze blanke ontkende de geest van hun zoon te zijn, betekent niets anders dan dat hij onvrijwillig was teruggekeerd. En dát hij dan toch maar was teruggekeerd, hadden ze te danken aan hun hartstochtelijk bidden.

Een aangrijpend voorbeeld van syncretisme (vermenging van godsdiensten) dat ook in Papoea-Nieuw-Guinea aanwezig is. Want de mensen die geloofden dat de geesten van hun kinderen waren teruggekeerd, waren christenen!

Tijdens de vervolgcursus Hebreeuws die ik nu geef, kwam dit verhaal weer terug. Met een klein groepje studenten las ik het Bijbelboek Ruth in het Hebreeuws. Het was in vers 8, dat we even moesten pauzeren, want: gaat het hier echt over dodenverering?!

  • Ruth 1:8 (SV) Zo zeide Naomi tot haar twee schoondochters: (…) de HEERE doe bij u weldadigheid,  gelijk als gij gedaan hebt bij de doden, en bij mij.
  • Ruth 1:8 (HSV) zei Naomi tegen haar twee schoondochters: (…) Moge de HEERE jullie goedertierenheid bewijzen, zoals jullie die bewezen hebben aan hen die gestorven zijn, en aan mij.

Mijn Papoea-Nieuw-Guineese collega-bijbelvertalers vroegen zich op het eerste gezicht af: wat hebben die schoondochters dan met die doden gedaan? Vereerden zij hun doden? En terugdenkend aan bovenstaand verhaal herinnerde ik me hoe levend de wereld van de doden is, in de beleving van Papoea-Nieuw-Guineeërs. Ik vertelde hun bovenstaand verhaal en vroeg wat ze daarvan vonden. Ja, dat vonden ze helemaal niet gek. Want de meeste mensen in hun dorp geloven nog steeds dat blanken in feite geesten van hun voorouders zijn.

Ik legde uit dat de Bijbel geen ruimte laat aan dodenverering en dat we in Ruth 1:8 goed op de context moeten letten. Ruth 1:8 gaat niet over weldoen aan de doden, maar over het feit dat Orpa en Ruth wel hebben gedaan aan Elimelech, Machlon en Chiljon toen ze nog in leven waren. En ze worden uiteraard ‘doden’ genoemd, omdat ze ‘nu’, op het moment dat Naomi dit tegen Orpa en Ruth zegt, niet meer leven.

Om te voorkomen dat hun Bijbelvertaling voeding geeft aan bestaande dwalingen, zoals dodenverering, hebben we besloten om het laatste deel van het vers als volgt te vertalen: ‘zoals jullie hebben gedaan aan uw geliefden, die nu niet meer leven’.

Hebreeuws in Papoea-Nieuw-Guinea (met video!)

Is het nodig om de Bijbel op het zendingsveld rechtstreeks te vertalen vanuit de grondtalen Hebreeuws, Aramees en Grieks? Hoewel dit zeker de voorkeur verdient, laat de geschiedenis van het Bijbelvertaalwerk zien, dat dit heel vaak niet het geval is.

Titelpagina van de Statenbijbel uit 1637.

Nederlandse Bijbelvertalingen
Het heeft tot maar liefst 1637 geduurd vóórdat er een Nederlandse Bijbelvertaling werd gedrukt die gebaseerd was op de grondtalen van de Bijbel. Dit was de Statenvertaling. De Statenvertaling was echter bij lange na niet de eerste Nederlandse Bijbelvertaling. Sinds de ontdekking van de boekdrukkunst in Europa rond 1450 waren er al maar liefst 6 andere Nederlandse Bijbelvertalingen op de markt verschenen. Deze waren echter óf gebaseerd op de Latijnse Vulgaat óf op de Duitse Luthervertaling. Ook door middel van deze vertalingen hebben mensen God leren kennen en zijn er levens veranderd.
Niettemin was er grote vreugde toen er in de 17e eeuw een Nederlandse vertaling van de Bijbel verscheen die rechtstreeks uit de grondtalen was vertaald.

Bijbelvertalingen in Papoea-Nieuw-Guinea
Net als in Nederland zijn ook veel eerste Bijbelvertalingen op het zendingsveld niet rechtstreeks vertaald uit de grondtalen. Omdat niet iedere zendeling en bijbelvertaler de grondtalen beheerst, wordt ook in Papoea-Nieuw-Guinea bij het vertalen vaak uitgegaan van een bestaande Engelse of Tok Pisin Bijbelvertaling. Pas in de check-fase wordt het resultaat vergeleken met de grondtekst en op basis daarvan waar nodig aangepast.

Een van de studenten oefent met Hebreeuwse woorden.

Ukarumpa Training Centre: Hebreeuws!
Het was een van mijn wensen om in Papoea-Nieuw-Guinea verder te gaan met het onderwijzen van de Bijbelse talen. De achterliggende tijd is deze wens in vervulling gegaan. Gedurende zes weken heb ik het voorrecht gehad les te geven aan een groep Papoea-Nieuw-Guineese bijbelvertalers. Ze waren uiterst gemotiveerd omdat zo graag wilden weten wat er oorspronkelijk nu écht staat. Een van de deelnemers verwoordde het als volgt: ‘Ik zag dat de Bijbel vaak eerst vanuit het Hebreeuws in het Engels was vertaald, vervolgens vanuit het Engels naar het Tok Pisin en tenslotte vanuit het Tok Pisin naar onze moedertaal. Het kan niet anders dan dat er in dat mijlenlange proces elementen van het oorspronkelijke Hebreeuws verloren zijn gegaan. Nu volg ik deze cursus, omdat ik graag de betekenis van het Hebreeuws rechtstreeks in mijn moedertaal wil vertalen’.

Een van de studenten leest uit de Hebreeuwse Bijbel.

Michel leert de studenten nieuwe woorden aan de hand van concrete voorwerpen.

Hebreeuws als levende taal
Het bijzondere aan deze cursus is dat we het Hebreeuws als levende taal aanleren. Behalve Engels spreken we dus vooral ook Hebreeuws met elkaar. Eerst leren de studenten het alfabet en al vanaf het begin werken ze aan de opbouw van hun Hebreeuwse woordenschat. Dat doen we aan de hand van concrete voorwerpen (zoals brood, vlees, man, vrouw, paard, kameel, ezel, huis, zwaard, jongen, beker, water, etc.). Als docent wijzen we naar de voorwerpen, waarbij we het Hebreeuwse woord noemen. Vervolgens bekijken we deze voorwerpen op afbeeldingen aan de muur. Wij noemen het Hebreeuwse woord en de studenten zoeken het op. Zo leren ze Hebreeuws zonder tussenkomst van het Engels.
Daarnaast leren we Bijbelverzen in het Hebreeuws uit het hoofd en zingen we Hebreeuwse liederen. Elke morgen lezen we in het Hebreeuws voor uit de geschiedenissen van Elia in 1 Koningen 17-19, waarbij we met elkaar zoveel mogelijk Hebreeuwse woorden met gebaren en voorwerpen uitbeelden. Als we dat hebben gedaan, gaan we in kleine groepjes uiteen om dezelfde Bijbelpassage met elkaar in het Hebreeuws te lezen.

Video-impressie
Via bovenstaande video kunt u een kijkje nemen bij de Cursus Hebreeuws. Aan het einde van de cursus was ik onder de indruk van het resultaat. Alle studenten kunnen na zes weken elke willekeurige passage uit de Hebreeuwse Bijbel lezen. Ze begrijpen daarvan nog lang niet alles, maar ze hebben nu een basis gelegd voor de vervolgcursus Hebreeuws 2 in oktober en november 2014.