Tagarchief: cultuur

Een Boek dat tot leven komt

‘Wij willen dat de Bijbel een levend boek wordt!’, zo luidde één van de gebedspunten tijdens een doordeweekse kerkelijke samenkomst in Aramba. Zonder dat ze het wisten, was dit een antwoord op onze gebeden voorafgaand aan Michels derde verblijf in Aramba, dit keer alleen.

(Deze tekst verscheen eerder in het kerkblaadje van onze thuisgemeente)

Een levend boek?
Tijdens onze eerste twee bezoeken aan Aramba konden we niet zo’n goed beeld krijgen van de plaatselijke kerk in Aramba. We vonden dat er maar weinig mensen naar de kerk kwamen en dan vooral vrouwen en kinderen. Aan de andere kant kwamen we veel enthousiasme tegen voor het Bijbelvertaalproject. Maar dat kwam vooral van de kant van de kerkleiders en de vertalers.

De landelijke kerk, waarbij de plaatselijke kerk in Aramba is aangesloten, is goed georganiseerd, gezond in de leer en de kerkleiders in Aramba geven blijk van een oprecht geloofsleven in afhankelijkheid van God en in bewogenheid met mensen. Maar hoe zit het met de doorsnee Aramba-mensen?

Deze vragen hielden ons erg bezig, toen we dit verblijf in het dorp aan het voorbereiden waren. We hebben gebeden of de Heere iets wil laten zien van Zijn werk onder deze mensen.

Dankdag voor gewas
Op de dag van aankomst is er een samenkomst in de kerk, waarin de gemeente bij elkaar komt om de Heere te danken voor de eerste oogst (eerstelingen) van de yams. Op de foto hieronder ziet u een vrouw die haar yams aan de stapel toevoegt.

Een vrouw brengt haar 'eerstelingen'

Tàrsá tàxwe
Op woensdagavond hoor ik plotseling de kerkbel. Ik ben nergens van op de hoogte, dus ik informeer bij een paar mensen wat er gaat gebeuren. Het antwoord is verblijdend: de kerk heeft enkele weken besloten om ook doordeweekse diensten te houden. Er was namelijk meer behoefte aan kerkelijk contact! Het wordt een lange avond, van circa 7 tot 10 uur en de kerk zit helemaal vol. Het programma is een mix van veel zingen, bidden en het luisteren naar getuigenissen van een groep vrouwen die op vrouwenkamp waren geweest en vertelden over het werk van God dat ze gezien hadden. Ik kan lang niet alles volgen, omdat alles in Aramba wordt gesproken. Maar op een gegeven moment spits ik mijn oren, als ik de woorden tàrsá tàxwe hoor. Er wordt gevraagd waarvoor gebeden kan worden en één van de vrouwen antwoord met deze woorden: dat de Bijbel een tàrsá tàxwe, ofwel een levend Woord mag worden! En met instemming wordt dat gebedspunt ontvangen.

Ik ben ontroerd. Dit is een antwoord van God op ons gebed! En mijn gedachten beginnen te malen: de mensen beseffen dat de Bijbel het levend Woord van God is, maar zo ervaren de mensen de Bijbel blijkbaar (nog) niet. Zou er een verband zijn met het feit dat de Bijbel niet in hun eigen taal, maar in het moeilijke Engels gelezen wordt? Bestaat er een verband tussen de geringe zeggingskracht van de Engelse Bijbel en de lage opkomst in de kerk? Ik had geen sterkere bemoediging kunnen krijgen aan het begin van mijn verblijf in Aramba, om dóór te gaan met het vertaalwerk voor deze mensen.

Het Woord gaat open
In het weekend word ik gevraagd om op zondag het Woord uit te leggen. Ik besluit te spreken over de Bijbel als levend Woord van God. Aan de hand van Filippenzen 2:1-11 staan we stil bij het levend geworden Woord, Jezus Christus, Die Zich niet voorstond op Zijn Goddelijkheid, maar Zich vernederde door mens te worden. De toepassing vinden we in vs. 5: Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jesus was (SV) of: Laat daarom die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was (HSV). Om welk gevoelen, om welke gezindheid gaat het hier? Om die van nederigheid.

Ik spreek in het Engels en terwijl ik luister hoe mijn vriend Katawer het in Aramba vertaalt, zie ik de gemeente aandachtig luisteren. En ik bid dat Gods Woord beslag mag leggen op deze mensen.

De volgende dag word ik gevraagd of ik op woensdag weer het Woord wil uitleggen en zondag weer. En opnieuw worden de diensten goed bezocht. Ik realiseer me dat ook dit antwoorden zijn op ons gebed. Er is meer honger en dorst naar het Woord van God dan we aanvankelijk hadden gezien.

De kerk zit vol

De kerk zit vol

Afscheidsmaaltijd
Aan het eind van de twee weken is het tijd van afscheid nemen. In Aramba gebeurt dat met een gezamenlijke afscheidsmaaltijd in de kerk. Daar had ik er al drie van meegemaakt, maar deze vierde sloeg alles. De opkomst was overweldigend, zodanig dat we moesten uitwijken naar het veld buiten de kerk, omdat de kerk te klein was. Ik ervoer dat er een klik gekomen was met deze mensen en dat dit ook wederzijds was. Maar het mooiste komt nog.

Tijdens een van de gebruikelijke afscheidsspeeches was er ook een speech van een van de dorpsoudsten. Hij spreekt geen woord Engels, maar met mijn gebrekkige Aramba-kennis en zijn uitbundige gebaren begrijp ik al snel dat hij refereert aan het thema van nederigheid van de eerste zondag. Later begrijp ik dat hij geraakt was door dat thema van nederigheid en mij bedankte voor deze Bijbelse boodschap.

Foto-impressie Aramba (vervolg)

Aramba-01

In januari 2017 hebben we drie weken in Kiriwo gewoond, één van de vijf Aramba-dorpen. Dit keer willen we met een selectie foto’s een impressie geven van ons leven en werk onder de Aramba. Lees ook de eerste helft van de deze foto-impressie.

Aramba-31

 

Deze vrouw geeft ons regelmatig eten uit haar tuin en op onze beurt geven wij haar een brood en wat pindakaas – witte-mensen-eten. In Aramba, zoals vrijwel alle culturen in Papoea-Nieuw-Guinea is uitwisseling van eten erg belangrijk.

Aramba-32

In het vorige weblog hebben we foto’s laten zien van Aramba keukens. Onze keuken zag er (gelukkig) wat anders uit. Het zendingshuis is zo’n 35 jaar geleden gebouwd, en hoewel er veel kapot was, waren we ontzettend dankbaar dat we er gebruik van konden maken.

Aramba-33

Een klamboe (of muskietennet) is geen overbodige luxe. Ruth heeft de nodige avonturen beleefd in haar klamboe: één keer schrok ze wakker van een muis in haar klamboe die er niet meer uit kon en een andere keer schrok ze van ‘vuurtjes’ op haar klamboe. Ze had gelijk: het waren dode vuurvliegjes die niet opgewassen waren tegen de geïmpregneerde klamboe, maar nog wel licht bleven geven!

Aramba-34

De kinderen hebben van de internationale school uit Ukarumpa schoolwerk meegekregen, zodat ze bij terugkomst weer kunnen aansluiten. En juf Carlijn zorgt elke dag voor de lessen!

Aramba-35

Treintje spelen kan bijna overal (tenminste, als er stoelen zijn).

Aramba-36

Bijbelvertaler Katawer en zijn vrouw drinken een bakje koffie mee, iets wat ze normaal niet hebben en dus erg van genieten.

Aramba-37

Michel in gesprek met Sawiyam, een andere Aramba Bijbelvertaler.

Aramba-38

Er is een betrokken team van Aramba Bijbelvertalers. Voor sommigen is het wel twee dagen reizen om in ons dorp te komen. Michel heeft een goede start kunnen maken met het trainen van het vertaalteam. Dit trainen is nodig zodat straks het vertaalwerk beter kan verlopen.

Aramba-39Ook heeft Michel samen met het vertaalteam nagedacht over de spelling van het Aramba. Een goede spelling is belangrijk, vooral ook omdat het anders te moeilijk wordt voor mensen om te leren lezen.

Aramba-40

Het kerkgebouw is voorzien van perfecte airconditioning. We zijn verrast door het bestaan van een levende gemeente, en danken de Heere daarvoor.

Aramba-41

De mannen en vrouwen zitten netjes gescheiden.

Aramba-42

Ook de kinderen hebben een fijne tijd gehad. Hier zijn ze bezig met het maken van balletjes van palmbladeren.

Aramba-43Obadja is onze ‘brandweerman Sam’ en heeft zo zijn avonturen. Naast ons huis stond een tractor met een bijennest erin. Op een dag besluit hij om dat probleem wel eventjes in zijn eentje te fiksen: gewoon een paar emmers water eroverheen gooien. Zo gezegd, zo gedaan! Eén minuut later komt onze ‘brandweerman Sam’ gillend terug met een bijensteek.
Het buurmeisje vijftig meter verderop hoort hem gillen en begrijpt meteen wat er aan de hand is. In een mum van tijd heeft ze de juiste bladeren gevonden om de pijn voor onze held te verzachten.

Aramba-44

Beteuterd en schuldbewust: wat was die kliederpartij in de modder leuk! Maar wat zou mama ervan vinden …?

Aramba-45… tijd om te gaan wassen in de rivier. Niet bepaald een straf en in werkelijkheid een van de hoogtepunten voor de kinderen. In Ukarumpa hebben we geen gelegenheid om te zwemmen, maar hier is het elke dag raak. Hannah heeft een geweldige ‘springplank’ gevonden (in de boom).

Aramba-46

Mannen en vrouwen hebben verschillende plekken in de rivier om te wassen / zwemmen. Obadja is hier op de mannenplek. Kun je’m vinden?

Aramba-47

De rivier wast alles af, ook de kleren en de vaat!

Aramba-48

Hannah met haar vriendinnetje. Het is – zoals overal in de tropen – altijd vroeg (ongeveer 7 uur) donker.

Aramba-49En een man kan niet zonder een boog. Obadja kijkt aandachtig toe hoe deze man een boog voor hem maakt.

Aramba-50Maar dan moet je er nog mee leren schieten. Jong geleerd, oud gedaan! We zien uit naar het moment dat onze jager thuiskomt met vers geschoten wild…

Aramba-51

Michel moet de volgende keer echt mee op jacht. Ze hebben een boog gemaakt en hier krijgt hij les om bovenhands (!) te schieten. Dames opgelet: stap nooit over de boog van een man!

Aramba-52

Naast zijn pijl en boog, krijgt Michel er ook nog een tas bij, speciaal voor hem gemaakt met zijn eigen naam erop: ‘Michel Poaw’. Volgens Michel het bewijs dat de tas handgemaakt en heel speciaal is.

Aramba-53

Tijd voor vertrek. Afscheid nemen is nooit leuk, maar we mogen terug zien op een rijke en gezegende tijd.

Aramba-54

Nog éven bij de Aramba-meisjes zitten voordat het vliegtuig vertrekt.

Aramba-55

En Obadja bij de jongens.

Aramba-56En dan gaan we echt: tot ziens!

Foto-impressie Aramba

Aramba-01

 

 

In januari 2017 hebben we drie weken in Kiriwo gewoond, één van de vijf Aramba-dorpen. Dit keer willen we met een selectie foto’s een impressie geven van ons leven en werk onder de Aramba.

Aramba-02

 

Klaar voor vertrek! De Aramba mensen wonen in een afgelegen gedeelte van PNG en daarom gaan we per vliegtuig. In het dorp waar we heen gaan is gelukkig een landingsbaan. We zijn erg blij dat Carlijn Roest met ons mee gaat als juf voor Hannah, Ruth en Obadja.

Aramba-03

Dit keer hebben we een heel bijzondere co-piloot: Hannah boft! Ze mag voorin naast de piloot zitten.

Aramba-04

Na anderhalf uur vliegen (en nog een tussenstop om te tanken) komt het dorp Kiriwo in zicht. De landingsbaan is duidelijk te zien en aan weerszijden van de landingsbaan zijn huizen gebouwd. Dit gedeelte van Papoea-Nieuw-Guinea is erg dunbevolkt. Op weg ernaartoe zagen we bijna overal oerwoud, en af en toe een rivier die zich door het landschap slingert. Ook is dit gebied niet bergachtig, zoals Ukarumpa in de Hooglanden, maar vlak, waar we ons als Nederlanders wel goed bij voelen.

Aramba-05

Net aangekomen. Vanaf de zijkant staan verschillende mensen toe te kijken wat er gaat gebeuren.

Aramba-06De verbazing is wederzijds: ‘Waar ben ik nu dan toch beland?!’ (Josia)

Aramba-07

Vele schouders maken licht werk. Iedereen helpt een handje mee om onze spullen, inclusief eten voor 3 weken, naar het zendingshuis te dragen. Een koffer met onder andere meel, rijst en melkpoeder weegt maar liefst 35 kg. Geen probleem, gewoon op de schouder.

Aramba-08

 

 

Daar zijn we dan! Ons thuis voor de komende 3 weken. Het vliegtuig is weg, een weg terug is er voorlopig niet meer. Gelukkig staat er in het dorp een telefoonmast van Digicel, een bedrijf dat verantwoordelijk is voor het mobiele netwerk in het land. Er is dus mogelijkheid om (op beperkte schaal) te e-mailen en zelfs te internetten. Maar als dit netwerk een week lang plat ligt, wat bij ons gebeurde in de derde week, dan rest ons alleen een radioverbinding met de buitenwereld.

Aramba-09

De eerste avond krijgen we een hartelijke ontvangstmaaltijd in de kerk. We zitten op geweven matten en er is voor ons gekookt. Jam, zoete aardappel, taro, ananas en zelfs rijst, eigenlijk een luxe product. Vanaf morgen gaan we zelf koken …

Aramba-10

 

 

Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Het was ons helaas niet gelukt om een gasfles mee te nemen, dus moeten we op een houtvuur koken. En dat is heel bewerkelijk: bomen hakken, hout splijten, naar huis dragen. Gelukkig wordt dit alles voor ons gedaan: op de foto onze ‘zus’ Koretta, de vrouw van de hoofdvertaler die ook onze gastvrouw is. Zij komt elke dag controleren of we wel genoeg hout hebben en zo niet, dan komt ze het ‘wel even’ brengen. En daar zijn we eerlijk gezegd wel héél erg blij mee, als je kijkt naar de last op haar hoofd …

Aramba-11

Gelukkig hebben we tijdens de Pacific Orientation Course (POC) geleerd hoe je snel een vuur maakt, maar dat is toch alweer drie jaar geleden. Gelukkig worden we er wel steeds handiger in. En als het ons écht niet lukt, bijvoorbeeld als het hout nat is …, dan is er wel iemand om ons te helpen. Alles wat de Aramba mensen nodig hebben, is een bepaald soort bamboe óf een lege aansteker, want die vonkt nog!

Aramba-12

Van deze hele grote pan hebben we een oven gemaakt, zodat we er brood en cake in kunnen bakken.

Aramba-13

In Ukarumpa doe je de cake in de oven, steek je de oven aan, zet je een wekker op 50 minuten en na 50 minuten kijk je of de cake klaar is. Hier is het een tikkeltje lastiger om het vuur zo lang aan te houden. Een blaaspijp van bamboe doet wonderen…

Aramba-14

Josia’s plekje als Erna bij het vuur is.

Aramba-15Carlijns hulp bij het koken komt heel goed van pas, want het blijft een tijdrovend karweitje.

Aramba-16

Ondertussen kunnen wij ons eten uit onze koffers halen. Maar Aramba vrouwen gaan dagelijks naar hun tuinen om hun eten te halen. Nu, in het begin van het regenseizoen zijn dit vooral knolgewassen en ananas, groenten zijn er op het moment niet. Willen ze vlees? Dan moeten zij of hun mannen gaan jagen of vissen.

Aramba-17

Over ananassen gesproken…, die zijn in Aramba een tikkeltje groter dan in Nederland. En dit was volgens degene die hem ons cadeau gaf nog maar een kleintje.

Aramba-18

Het laatste uur heeft geslagen voor deze kasuaris (een soort struisvogel). Hij werd als jonge vogel in de jungle gevangen. De eigenaar heeft er goed voor gezorgd, maar nu is het tijd voor de slacht. Hij zal wordt gegeten op een afscheidsmaal voor enkele kinderen die naar de ‘grote school’ gaan en dus voor een jaar van huis zijn. Het slachten is een hele happening, want kasuarissen zijn gevaarlijk als ze boos worden en kunnen met hun poten met gemak een volwassen man doden. En er is maar één manier om hem te doden zonder bloed te vergieten…

Aramba-19

 

Michel krijgt de eer om als eerste een stuk uit te kiezen.

Aramba-20

 

Andere huisdieren die vetgemest worden voor de slacht …

Aramba-21

Maar er zijn niet alleen huisdieren. Op een dag horen we plotseling een groot geschreeuw, ‘fater’, ‘fater’ (= slang), gevolgd door het geluid van het slaan op de grond. Bij nadere inspectie gaat het om deze slang, gelukkig niet giftig, maar wel vervelend. Overigens is er altijd het gevaar van wel degelijk (heel) giftige slangen…

Aramba-22

Het werk van een Bijbelvertaler: loodgieter, elektricien, timmerman, ….

Aramba-23

Op bezoek bij de buren. De buurvrouw is bezig om touw te maken van vezels uit een bepaald bladsoort. Daarna maakt ze van dat touw een hendel aan een zelfgemaakte tas, ook van natuurlijk materiaal.

Aramba-24

Erna mag ook proberen het touw te draaien, het lukt aardig.

Aramba-25

Hetzelfde huis, maar dan ’s avonds. Links een keuken, waar ze vooral overdag zijn. De vuurplaats staat op palen, zodat die op gelijke hoogte is met het zitgedeelte. Rechts een ommuurd huis met muren dat vooral gebruikt wordt om in te slapen. De muren en daken zijn gemaakt van boomschors.

Aramba-26

 

 

 

 

 

 

Nog een keuken, omdat het regent zijn veel mensen binnen.

Aramba-27

Hier wordt tapiok geschild, een knolgewas.

Aramba-28

Een moeder met haar kinderen, buurkinderen en jachthonden. Ze heeft net cassave voor haar kinderen klaargemaakt als lunch, een ander knolgewas.

Aramba-29

Dankzij Carlijn kunnen we ’s avonds mensen bezoeken. Hier zijn we bij het oudste echtpaar uit het dorp. De man vertelt graag verhalen, maar hij spreekt geen woord Engels. We hebben het een en ander opgenomen, zodat we het na kunnen luisteren en er hopelijk later meer van kunnen begrijpen.

Aramba-30

Dit Aramba baby jongetje vindt het een beetje spannend. Hij blijft even op schoot zitten, maar besluit dan toch maar voor de zekerheid weg te kruipen. Je weet maar nooit met die ‘marchai’ (blanken).

(Dit was deel 1 van 2; wordt vervolgd!)

Eerste indrukken in Arammba

(Vervolg Arammba-verslag, deel 3)

Ik word wakker, kijk om me heen en herinner me weer waar ik ben beland: in Kiriwo, een van de vijf Arammba dorpen. Ik ben benieuwd wat er allemaal te zien is in het dorp en vraag aan Katawer of hij me een beetje wil rondleiden. Eerst brengt hij me naar het zendingshuis, waar ik talloze foto’s neem om straks thuis aan Erna en de kinderen te laten zien.

zendingshuis

Zendingshuis uit de jaren ’80.

Het huis toont vooral vergane glorie, maar het is nog goed bewoonbaar … als je niet zo kieskeurig bent. Ik neem foto’s van dingen die later wellicht vervangen of vernieuwd moeten worden, zoals de dakgoot die ons moet voorzien van regenwater en de horren voor de ramen. Na even door het huis gelopen te hebben, realiseer ik me wat een luxe dit geweest moet zijn toen het in 1985 werd gebouwd. Daarom vraag ik aan Katawer hoe het dorp hierop had gereageerd? Dat viel volgens hem alles mee, want het dorp profiteerde er ook van. Het zendingshuis werd jarenlang niet alleen gebruikt door de zendeling, maar ook door de plaatselijke kerk en het bijbelschooltje. Bovendien, als ze een gewoon dorpshuis hadden gebouwd, hadden ze om de zoveel jaar een nieuw huis moeten bouwen en dit huis staat er nu al 30 jaar!

badkamer

Badkamer: puur natuur

Na het zendingshuis, bezoeken we de badkamer buitenshuis. Deze badkamer is een idyllisch plekje in de bocht van een kreek die zich door de jungle slingert. We lopen verder door het dorpje, voorbij een basketbal veldje en daar zien we warempel een Digicel-toren, die het mogelijk maakt om mobiel te telefoneren én te internetten. Vreemde gewaarwording: zoiets moderns in het hartje van de jungle.

Nadat we verder nog wat hebben rondgelopen en gezien waar ze het drinkwater putten, keren we terug naar huis om weer te eten, wat met elkaar te praten – … ehm en vooral te luisteren en dan valt er weinig meer te doen in het donker. Om 21.00 ligt iedereen op één oor.

Ontbijt en de eerste gesprekken in Arammba

huis

Slaapplekje onder de klamboe

De eerste nacht in Kiriwo heb ik goed geslapen. Het huis waarin ik slaap heeft twee wanden aan de noord- en zuidkant. De oost- en westkant zijn (nog) open, waardoor het lekker doorwaait, maar ’s nachts ook wel een beetje koud is. Om 06.00 zie ik het licht worden, en dat is voor de meeste mensen tijd om op te staan en het ontbijt klaar te maken. Terwijl ik nog onder een klamboe op m’n matje lig om alle nieuwe dingen te verwerken en me probeer voor te stellen hoe deze dag eruit gaat zien, hoor ik de mensen buiten gezellig zitten keuvelen. Ik begrijp er nog bar weinig van, want alles gaat in het Arammba. Af en toe hoor ik wat bekende woorden, zoals kisare, wat ‘dag’ of ‘zon’ betekent en manangu, het Arammba woord voor ‘hond’. Of namen van inmiddels bekende dorpjes in de wijde omtrek: Suki, Gowi, Morehead, Daru.

ontbijt

Ontbijt in de morgen

Nieuwsgierig gluur ik door een spleet in de noordwand van het huis en zie mijn gastfamilie gezellig bij een vuurtje, zittend op enkele matten van gevlochten palmbladeren. Ik vermoed dat het al een half uurtje later is en besluit om me klaar te maken en me bij het groepje te voegen. Op hun beurt beantwoorden ze beantwoorden mijn groet ‘Gafu kurem’ (goedemorgen) met een wederzijds gafu kurem en het gesprek gaat weer verder, in onvervalst Arammba, wat ik natuurlijk niet kan volgen. Ogenschijnlijk heerlijk genietend van de opkomende zon, probeer ik zoveel mogelijk nieuwe woorden in me op te nemen. Een leuke is het woord papa, dat je grappig genoeg alleen mag zeggen tegen een kind als je wilt dat het ergens mee stopt. Een beetje hetzelfde als ‘afblijven!’. Ik leer het woord xambrim (ga terug) en even later het woord xanbrim (kom terug). Eén letterpoot verschil.
Vlak bij mij zit een man die ik nog niet eerder heb gezien. Niemand verwacht hier dat je meteen gaat praten als je elkaar voor het eerst ontmoet, dus ik heb alle tijd om te bedenken wat ik zou kunnen zeggen. En na een poosje komt het er aarzelend uit. Het begin is gemakkelijk, want dat heb ik al zo vaak gezegd: ‘Gafu kurem’ (goedemorgen), maar dan moet ik hard nadenken: ‘Me mbuni dø nari?’ (hoe heet je?). Zo dat is eruit! Maar het moeilijkste komt nog, want zal ik in staat zijn om die vreemde namen goed te horen en … te onthouden? Zijn naam valt erg mee: Mbatawa Maira. En dan stokt het gesprek, want veel weet ik niet meer te zeggen. Ik probeer me te herinneren hoe ik mezelf introduceer en vragend komt het eruit: ‘Nduni dø me wari Michel?’ (mijn naam is Michel). Alsof ze dat nog niet wisten van de enige blanke in het dorp! Nu is het gesprek toch echt voorbij en ik heb tijd om te verwerken hoe dom ik me wel niet voel, vanwege het feit dat ik niet eens met deze mensen kan praten in hun eigen taal.

Het is een tijd van zitten, eten en praten. Op een vuurtje roosteren de vrouwen een aantal yams en koken een pot met water, terwijl ze rustig zitten te keuvelen. Een vrouw staat op om een paar citroenbladeren te plukken die ze in een kommetje doet en giet er vervolgens warm water bij. Het ontbijt is simpel maar voedzaam: yam en citroenwater. Voor iedereen is er genoeg. Ik krijg ook een bord toegeschoven en met een ‘Garnderi’ (dank je wel) pak ik zo’n grote, droge, zoete aardappel en eet hem op.

(wordt vervolgd)

Brand!

(Vervolg Arammba-verslag, deel 2)

Na het vertrek van het vliegtuig, haasten de vrouwen zich weer naar hun vuurtjes. Er blijkt een grote dorpsmaaltijd gehouden te worden om mij welkom te heten in het dorp. Ongeveer om 13.00 wordt een groot deel van het dorp naar de kerk naar de kerk geroepen, waar we de maaltijd gebruiken.

Welkomstmaaltijd in de kerk

Welkomstmaaltijd in de kerk

Nadat gedankt is voor het eten, komt een van de mannen uit het dorp naar voren en begint een speech af te steken in het Arammba, wat af en toe voor mij in het Engels wordt vertaald. Ze zijn blij dat er na 7 jaar eindelijk iemand is gevonden die hen kan helpen bij de doorstart van het Bijbelvertaalwerk. Vervolgens krijg ik een seintje van Katawer dat ik naar voren moet gaan voor mijn speech. Oef, daar was ik niet op voorbereid. Alles wat ik zeg, zal gewogen worden en deze eerste indruk zal bepalend zijn voor mijn relatie met deze mensen. Ik vertel over onze roeping naar Papoea-Nieuw-Guinea en hoe God het zo geleid heeft, dat wij met Katawer in contact kwamen. Ik refereer aan Openbaring 7:9-12, waar Johannes beschrijft hoe hij een bonte verzameling mensen ziet staan voor Gods troon. Het is mijn gebed, dat het Bijbelvertaalwerk in de Arammba-stam en de wijde omgeving ertoe mag bijdragen dat er straks tussen al die talen ook Arammba gesproken zal worden. Mij wordt een stoel aangeboden, maar omdat iedereen op de grond zit, weiger ik die pertinent. Nee, leg ik uit, ik kom hier niet als baas. Ik ben hier om jullie te dienen.

Net als we klaar zijn met eten, hoor ik geschreeuw en zie ik mensen geschrokken in een bepaalde richting kijken. ‘Renk!’ (vuur) wordt er geroepen en dat klinkt heel ernstig in deze droge tijd van het jaar. Enkele mannen gaan snel kijken, maar al gauw keert de rust weer terug. Erg gevaarlijk, zeggen ze. ‘Maar waarom komen jullie dan niet allemaal in actie?’ vraag ik. Het antwoord is ontnuchterend: ‘De wind staat de goede kant op’.

Brand aan de rand van het dorp!

Brand aan de rand van het dorp!

Ondertussen is hier sprake van een enorme bosbrand die snel om zich heen grijpt. Het was begonnen op de landingsbaan die nu voor een deel in de as ligt en een flink stuk van het aangrenzende woud is verloren gegaan. Van dichtbij zie ik hoe dorre bomen van binnenuit vlam vatten en als schoorstenen staan te roken, totdat ze knetterend op de grond vallen. Waar het vuur in de buurt komt van bewoonbaar gebied, proberen we het uit te slaan met bladertakken. Later begreep ik dat een ander deel van het dorp in actie was gekomen om te voorkomen dat het vuur al te veel zou verwoesten. Ondertussen realiseer ik me hoe ernstig de situatie geweest zou zijn als de wind de andere kant op had gestaan. Dan waren er op z’n minst enkele huizen in de vlammen opgegaan.

We keren terug naar huis en ik krijg te horen dat het tijd is voor een middagslaapje. Net die week hadden de mensen van een gezondheidswerker te horen gekregen, dat ze met de ergste hitte van 11.00 – 15.00 niet mochten werken. In Morehead was namelijk diarree geconstateerd en dat wilden ze hier graag op die manier voorkomen… Eigenlijk vind ik het helemaal niet zo erg, want de vorige nacht was erg kort geweest en ik heb al heel wat nieuwe dingen te verwerken. In elk geval genoeg om twee uur heerlijk te slapen.