‘Mee’ naar Papoea-Nieuw-Guinea

Vertrek vanuit Woudenberg

Vertrek vanuit Woudenberg

De auto staat klaar om te vertrekken naar Schiphol. Terwijl ik (Erna) Josia oppak om hem in de auto te zetten verrast hij me met zijn nieuwe woordje ‘mee’. Ja, natuurlijk mag je mee! We gaan terug. Ons verlof is goed geweest, maar we weten en ervaren dat onze plek nu in Papoea-Nieuw-Guinea (PNG) is. We beginnen dus aan de lange, 38 uur durende, spannende en vermoeiende reis. Op Schiphol checken we onze koffers in. Om een of andere reden duurt dat erg lang en worden er verschillende telefoontjes gepleegd. Heeft het ermee te maken dat we met elf paspoorten reizen? Zes stuks geldige nieuwe paspoorten plus 5 oude paspoorten met ons visum voor PNG. De oude paspoorten zijn ongeldig gemaakt, met uitzondering van de visumpagina. Alleen Josia heeft het visum in zijn nieuwe paspoort. De dame achter de incheckbalie vertelt tot onze vreugde dat de bagage helemaal doorgelabeld mag worden naar Port Moresby, de hoofdstad van PNG. Helaas is ze even later niet tevreden met het gewicht van sommige koffers, hoewel het totaal gewicht in orde is. Onze koffers gaan dus open en na wat schuiven mogen ze door. Helaas is de dame inmiddels afgewisseld door haar collega die niet kan doorlabelen naar PNG. Onze koffers krijgen dus een label tot aan Hong Kong, daar moeten we dan maar verder zien. We gaan afscheid nemen van familie en vrienden die helemaal naar Schiphol zijn gereisd om ons uit te zwaaien.

Wat leuk om uitgezwaaid te worden!

Wat leuk om uitgezwaaid te worden!

Een moeilijk moment, tegelijkertijd een moment waarop we beseffen hoe verbonden we zijn – en blijven. Daar gaan we dan, uitgezwaaid vanuit de verte. De eerste beproeving komt al snel. We willen nog btw terugvragen en dat blijkt alleen te kunnen voor de security checkpoints in Vertrekhal 3, terwijl wij in Vertrekhal 1 staan. Michel moet dus terug, terwijl Erna met de vier kinderen door het checkpoint gaat. Laptops, telefoons, drinken, gels, etc. moeten uit de tassen en alles wordt gescand. Josia moet uit de draagdoek en wij zelf worden ook een voor een gescand. Hannah neemt Josia gelukkig even over. Na de scan worden we ook nog allemaal gefouilleerd, inclusief Josia, tot groot vermaak van de kinderen. Ik kom erachter dat ik maar drie van de zes paspoorten heb en hoop maar dat Michel de andere drie heeft. We zoeken een paar stoelen om op papa te wachten. We komen er achter dat in deze samenstelling van moeder met vier kinderen en 5 stuks bagage toiletbezoek erg lastig is, we wachten dus tot papa weer bij ons is, met de 3 overige paspoorten trouwens.

Even poseren voordat we in het vliegtuig stappen ...

Even poseren voordat we in het vliegtuig stappen …

Even later genieten we van onze laatste portie friet met kipnuggets bij de Burger King, en niet het minst van het ballenbad naast onze tafel. De kinderen kunnen even lekker bewegen voordat we vertrekken naar de gate en ons installeren in het eerste vliegtuig naar Frankfurt. Eenmaal in het vliegtuig, duurt het erg lang voordat we vertrekken:  40 minuten vertraging, terwijl we maar 1 uur en 20 minuten overstap tijd hebben.

Doorlopen dus op Frankfurt. We komen aan in zone A en het volgende vliegtuig vertrekt van zone Z! De kinderen zijn moe, maar lopen dapper met hun kleine koffertje achter zich aan. Op tijd komen we aan bij de gate naar Hong Kong. In het vliegtuig herinneren de kinderen ons aan de beloofde cadeautjes en genieten van het uitpakken (bedankt, gevers!).

Josia mag een cadeautje uitpakken

Josia mag een cadeautje uitpakken

Verder zijn we druk met eten. Omdat Josia geen eigen stoel heeft, maar de hele reis gezellig op schoot zit, eten Michel en ik om de beurt, terwijl we de andere kinderen helpen met eten. Hannah zit aan de overkant van het gangpad en redt zich prima alleen. De vlucht verloopt goed. Hannah en Obadja slapen opgerold in hun stoel, Ruth kan de slaap niet goed pakken, Josia slaapt een aantal uur en Michel en ik dutten af en toe even in. De kinderen vermaken zich verder met videootjes op hun eigen schermpje van de vliegtuigstoel. Gek genoeg word je tijdens zo’n reis een beetje duf en ook de kinderen doen weinig meer, ook al hebben ze genoeg puzzeltjes, spelletjes en leesvoer bij zich. We ontbijten in het vliegtuig en kort daarop, na het uitstappen, is het al 3 uur ’s middags, want in Hong Kong is het 6 uur later. ‘Mam, is China een stadje in Nederland?’, ik schiet in de lach. Door al het reizen is het soms lastig om concepten stad en land goed uit elkaar te houden. Is er nou echt zoveel verschil tussen een reis per trein naar Rotterdam en een nacht in het vliegtuig? En als we met het SIL vliegtuig gaan, reizen we wel per vliegtuig, maar blijven we toch weer in hetzelfde land. En aan de taal kun je het ook al niet zeker weten, want in PNG zijn dat er 830…

In Hong Kong worden we opgewacht door met mondkapje gemaskerd luchthavenpersoneel met een apparaatje in hun hand. Michel moet z’n hoed afdoen en ongevraagd controleren ze op afstand of we koorts hebben! Je zou het er prompt van krijgen. Maar gelukkig hebben we het geen van allen! Voor ons ook opnieuw een gebedsverhoring, want met zieke kinderen reizen lijkt ons bijna onmogelijk.

We kunnen onze koffers niet afhalen, want daarvoor zouden we door de douane moeten, terwijl we geen visum hebben voor Hong Kong. De balie van Air Niugini (onze vliegmaatschappij voor de volgende vlucht) is nog niet open en het duurt een poos voordat we iemand hebben gevonden die ons kan helpen. Ja, onze zes koffers worden voor ons opgezocht en gelabeld naar Hong Kong. Wat? Zes koffers? We hadden er zeven. Verbaasd kijken we naar onze zes tickets, waar is de zevende? De dame achter de balie blijft gelukkig vriendelijk en beloofd een zoekactie.

Wachten op het vliegtuig...

Wachten op het vliegtuig…

Na een uur mogen we terugkomen. ‘We moeten bidden’, zegt Ruth. Natuurlijk!  Samen bidden we of we met zeven koffers in PNG mogen aankomen. We zoeken een rustig plekje waar de kinderen een beetje kunnen bewegen en gaan op jacht naar een paar flesjes drinken. Dat blijkt iets lastiger, omdat we geen Hong Kong-se dollars hebben en voor een beetje drinken eigenlijk geen geld willen wisselen, maar het lukt. Een uur later blijkt de zevende koffer gevonden. Bovendien is het geen probleem dat we eigenlijk iets te veel kilo’s hebben volgens de bagage regels van Air Niugini, er wordt tenminste met geen woord over gerept. Looft de Heere!

Ondertussen lezen we het nieuws dat er in Port Moresby stakingen zijn begonnen op de nationale vluchten en dat er diverse vluchten zijn geannuleerd. Oeps, zou dat overslaan naar het internationale vliegverkeer? …. Het vliegtuig vertrekt gewoon. Bij het instappen begint Obadja een enthousiast verhaal in het Nederlands tegen een stewardess, die hem vriendelijk aanhoort en doet alsof ze er iets begrijpt …  Door het tijdsverschil is nu na ons ontbijt het diner weer aan de beurt. De cadeautjes en filmpjes passeren weer, opgerolde kinderen in hun stoel… Het is nog donker als we ongeveer half vijf in de ochtend landen in Port Moresby. Zouden alle zeven koffers zijn aangekomen? Hannah installeert zich aan het begin van de rolband en na een poos wachten, komt ze er enthousiast aanhollen, de eerste koffer is op komst is en de andere zes volgen kort daarna. Voor ons een wonder dat dat zo goed is gegaan! Nu nog door de douane. Een medewerker van het vliegveld komt ons halen uit de lange, lange rij en zet ons vooraan in een andere rij. Reizen met kinderen heeft zo zijn voordelen! Even later nog een spannend moment: moeten alle koffers open? Mogen we onze kaas uit de handbagage houden? Alles gaat goed, het blijft allemaal bij een scan en even later ontmoeten we de chauffeur die ons naar een zendingsgasthuis brengt om even uit te rusten en te ontbijten.

Obadja ploft neer ... en slaapt

Obadja ploft neer … en slaapt

Obadja is te moe en valt in een onmogelijke houding op een bank in slaap. Tegen negenen komt de chauffeur ons weer halen en brengt ons naar de MAF hangar, waar het kleine acht persoonsvliegtuigje vertrekt. Alles gaat op de weegschaal, ook wijzelf: deze laatste vlucht betalen we niet per persoon, maar per kilo. Er is nog geen brandstof voor het vliegtuig, dus wachten we nog een half uur tot het tanken klaar is. De piloot bepaalt waar we zitten, want het gewicht moet evenwichtig verdeeld worden. Even later zien we vanuit de lucht bekende beelden. Bomen – overal, bergen, rivieren die ertussen door slingeren, af en toe een verzameling hutjes: Papoea-Nieuw-Guinea!

Bij het landen wacht ons een grote verrassing, verschillende Nederlandse collega’s staan ons met hun kinderen op te wachten. Dat hadden we niet verwacht, een warm welkom na zo’n vermoeiende reis. Nog een korte rit in een busje en we zijn … thuis! Thuis in een warm en zonnig Papoea-Nieuw-Guinea.

Eerste indrukken in Arammba

(Vervolg Arammba-verslag, deel 3)

Ik word wakker, kijk om me heen en herinner me weer waar ik ben beland: in Kiriwo, een van de vijf Arammba dorpen. Ik ben benieuwd wat er allemaal te zien is in het dorp en vraag aan Katawer of hij me een beetje wil rondleiden. Eerst brengt hij me naar het zendingshuis, waar ik talloze foto’s neem om straks thuis aan Erna en de kinderen te laten zien.

zendingshuis

Zendingshuis uit de jaren ’80.

Het huis toont vooral vergane glorie, maar het is nog goed bewoonbaar … als je niet zo kieskeurig bent. Ik neem foto’s van dingen die later wellicht vervangen of vernieuwd moeten worden, zoals de dakgoot die ons moet voorzien van regenwater en de horren voor de ramen. Na even door het huis gelopen te hebben, realiseer ik me wat een luxe dit geweest moet zijn toen het in 1985 werd gebouwd. Daarom vraag ik aan Katawer hoe het dorp hierop had gereageerd? Dat viel volgens hem alles mee, want het dorp profiteerde er ook van. Het zendingshuis werd jarenlang niet alleen gebruikt door de zendeling, maar ook door de plaatselijke kerk en het bijbelschooltje. Bovendien, als ze een gewoon dorpshuis hadden gebouwd, hadden ze om de zoveel jaar een nieuw huis moeten bouwen en dit huis staat er nu al 30 jaar!

badkamer

Badkamer: puur natuur

Na het zendingshuis, bezoeken we de badkamer buitenshuis. Deze badkamer is een idyllisch plekje in de bocht van een kreek die zich door de jungle slingert. We lopen verder door het dorpje, voorbij een basketbal veldje en daar zien we warempel een Digicel-toren, die het mogelijk maakt om mobiel te telefoneren én te internetten. Vreemde gewaarwording: zoiets moderns in het hartje van de jungle.

Nadat we verder nog wat hebben rondgelopen en gezien waar ze het drinkwater putten, keren we terug naar huis om weer te eten, wat met elkaar te praten – … ehm en vooral te luisteren en dan valt er weinig meer te doen in het donker. Om 21.00 ligt iedereen op één oor.

Ontbijt en de eerste gesprekken in Arammba

huis

Slaapplekje onder de klamboe

De eerste nacht in Kiriwo heb ik goed geslapen. Het huis waarin ik slaap heeft twee wanden aan de noord- en zuidkant. De oost- en westkant zijn (nog) open, waardoor het lekker doorwaait, maar ’s nachts ook wel een beetje koud is. Om 06.00 zie ik het licht worden, en dat is voor de meeste mensen tijd om op te staan en het ontbijt klaar te maken. Terwijl ik nog onder een klamboe op m’n matje lig om alle nieuwe dingen te verwerken en me probeer voor te stellen hoe deze dag eruit gaat zien, hoor ik de mensen buiten gezellig zitten keuvelen. Ik begrijp er nog bar weinig van, want alles gaat in het Arammba. Af en toe hoor ik wat bekende woorden, zoals kisare, wat ‘dag’ of ‘zon’ betekent en manangu, het Arammba woord voor ‘hond’. Of namen van inmiddels bekende dorpjes in de wijde omtrek: Suki, Gowi, Morehead, Daru.

ontbijt

Ontbijt in de morgen

Nieuwsgierig gluur ik door een spleet in de noordwand van het huis en zie mijn gastfamilie gezellig bij een vuurtje, zittend op enkele matten van gevlochten palmbladeren. Ik vermoed dat het al een half uurtje later is en besluit om me klaar te maken en me bij het groepje te voegen. Op hun beurt beantwoorden ze beantwoorden mijn groet ‘Gafu kurem’ (goedemorgen) met een wederzijds gafu kurem en het gesprek gaat weer verder, in onvervalst Arammba, wat ik natuurlijk niet kan volgen. Ogenschijnlijk heerlijk genietend van de opkomende zon, probeer ik zoveel mogelijk nieuwe woorden in me op te nemen. Een leuke is het woord papa, dat je grappig genoeg alleen mag zeggen tegen een kind als je wilt dat het ergens mee stopt. Een beetje hetzelfde als ‘afblijven!’. Ik leer het woord xambrim (ga terug) en even later het woord xanbrim (kom terug). Eén letterpoot verschil.
Vlak bij mij zit een man die ik nog niet eerder heb gezien. Niemand verwacht hier dat je meteen gaat praten als je elkaar voor het eerst ontmoet, dus ik heb alle tijd om te bedenken wat ik zou kunnen zeggen. En na een poosje komt het er aarzelend uit. Het begin is gemakkelijk, want dat heb ik al zo vaak gezegd: ‘Gafu kurem’ (goedemorgen), maar dan moet ik hard nadenken: ‘Me mbuni dø nari?’ (hoe heet je?). Zo dat is eruit! Maar het moeilijkste komt nog, want zal ik in staat zijn om die vreemde namen goed te horen en … te onthouden? Zijn naam valt erg mee: Mbatawa Maira. En dan stokt het gesprek, want veel weet ik niet meer te zeggen. Ik probeer me te herinneren hoe ik mezelf introduceer en vragend komt het eruit: ‘Nduni dø me wari Michel?’ (mijn naam is Michel). Alsof ze dat nog niet wisten van de enige blanke in het dorp! Nu is het gesprek toch echt voorbij en ik heb tijd om te verwerken hoe dom ik me wel niet voel, vanwege het feit dat ik niet eens met deze mensen kan praten in hun eigen taal.

Het is een tijd van zitten, eten en praten. Op een vuurtje roosteren de vrouwen een aantal yams en koken een pot met water, terwijl ze rustig zitten te keuvelen. Een vrouw staat op om een paar citroenbladeren te plukken die ze in een kommetje doet en giet er vervolgens warm water bij. Het ontbijt is simpel maar voedzaam: yam en citroenwater. Voor iedereen is er genoeg. Ik krijg ook een bord toegeschoven en met een ‘Garnderi’ (dank je wel) pak ik zo’n grote, droge, zoete aardappel en eet hem op.

(wordt vervolgd)

Brand!

(Vervolg Arammba-verslag, deel 2)

Na het vertrek van het vliegtuig, haasten de vrouwen zich weer naar hun vuurtjes. Er blijkt een grote dorpsmaaltijd gehouden te worden om mij welkom te heten in het dorp. Ongeveer om 13.00 wordt een groot deel van het dorp naar de kerk naar de kerk geroepen, waar we de maaltijd gebruiken.

Welkomstmaaltijd in de kerk

Welkomstmaaltijd in de kerk

Nadat gedankt is voor het eten, komt een van de mannen uit het dorp naar voren en begint een speech af te steken in het Arammba, wat af en toe voor mij in het Engels wordt vertaald. Ze zijn blij dat er na 7 jaar eindelijk iemand is gevonden die hen kan helpen bij de doorstart van het Bijbelvertaalwerk. Vervolgens krijg ik een seintje van Katawer dat ik naar voren moet gaan voor mijn speech. Oef, daar was ik niet op voorbereid. Alles wat ik zeg, zal gewogen worden en deze eerste indruk zal bepalend zijn voor mijn relatie met deze mensen. Ik vertel over onze roeping naar Papoea-Nieuw-Guinea en hoe God het zo geleid heeft, dat wij met Katawer in contact kwamen. Ik refereer aan Openbaring 7:9-12, waar Johannes beschrijft hoe hij een bonte verzameling mensen ziet staan voor Gods troon. Het is mijn gebed, dat het Bijbelvertaalwerk in de Arammba-stam en de wijde omgeving ertoe mag bijdragen dat er straks tussen al die talen ook Arammba gesproken zal worden. Mij wordt een stoel aangeboden, maar omdat iedereen op de grond zit, weiger ik die pertinent. Nee, leg ik uit, ik kom hier niet als baas. Ik ben hier om jullie te dienen.

Net als we klaar zijn met eten, hoor ik geschreeuw en zie ik mensen geschrokken in een bepaalde richting kijken. ‘Renk!’ (vuur) wordt er geroepen en dat klinkt heel ernstig in deze droge tijd van het jaar. Enkele mannen gaan snel kijken, maar al gauw keert de rust weer terug. Erg gevaarlijk, zeggen ze. ‘Maar waarom komen jullie dan niet allemaal in actie?’ vraag ik. Het antwoord is ontnuchterend: ‘De wind staat de goede kant op’.

Brand aan de rand van het dorp!

Brand aan de rand van het dorp!

Ondertussen is hier sprake van een enorme bosbrand die snel om zich heen grijpt. Het was begonnen op de landingsbaan die nu voor een deel in de as ligt en een flink stuk van het aangrenzende woud is verloren gegaan. Van dichtbij zie ik hoe dorre bomen van binnenuit vlam vatten en als schoorstenen staan te roken, totdat ze knetterend op de grond vallen. Waar het vuur in de buurt komt van bewoonbaar gebied, proberen we het uit te slaan met bladertakken. Later begreep ik dat een ander deel van het dorp in actie was gekomen om te voorkomen dat het vuur al te veel zou verwoesten. Ondertussen realiseer ik me hoe ernstig de situatie geweest zou zijn als de wind de andere kant op had gestaan. Dan waren er op z’n minst enkele huizen in de vlammen opgegaan.

We keren terug naar huis en ik krijg te horen dat het tijd is voor een middagslaapje. Net die week hadden de mensen van een gezondheidswerker te horen gekregen, dat ze met de ergste hitte van 11.00 – 15.00 niet mochten werken. In Morehead was namelijk diarree geconstateerd en dat wilden ze hier graag op die manier voorkomen… Eigenlijk vind ik het helemaal niet zo erg, want de vorige nacht was erg kort geweest en ik heb al heel wat nieuwe dingen te verwerken. In elk geval genoeg om twee uur heerlijk te slapen.

Mijn eerste reis naar de Arammba-stam

Vroeg in de morgen, om 04.30 gaat de wekker. Ik (Michel) kleed me aan, leg de laatste spullen klaar en eet met Erna een bakje zelfgemaakte yoghurt met havermout, ananas en aardbeien.
De kinderen liggen nog heerlijk te slapen, behalve Hannah die weet dat papa vroeg weg gaat. Slaperig lachend geeft ze me een knuffel en dan nemen we afscheid voor een week. Hannah belooft goed voor mama en de andere kinderen te zorgen en zegt dat ze in de tijd dat ik er niet ben, voor de tuin zal zorgen. Met een gerust hart pak ik mijn trekkersrugzak en mijn hoed en kruip ik om 05.30 in het busje dat klaar staat om mij naar het vliegveld te brengen. Een Nederlandse collega gaat mee om afscheid te nemen van zijn vertalers, wat het wachten op het vliegveld wat aangenamer maakt. Aangekomen op het vliegveld van SIL, mag ik eerst zelf op de weegschaal gaan staan en daarna mijn bagage. Een vlucht naar Arammba kost maar liefst $ 3,48 per kilo. Het kwam dus goed uit dat ik in de achterliggende weken een aantal kilo was afgevallen.
Na het wegen is het wachten. We praten wat en zien hoe onze piloot zijn vliegtuig klaarmaakt en controleert voor vertrek. De vertrektijd staat gepland op 07.00, dus we zijn ruim op tijd. Even lijkt het erop dat we nog veel langer moeten wachten, want er trekt een dikke mist over de landingsbaan. Gelukkig blijkt de zon die even later opkomt, genoeg kracht te hebben om de mistwolken te verdrijven. Een kwartiertje later dan gepland kunnen we toch nog vertrekken.

De vliegreis
Behalve de piloot en mij zijn er nog de twee Papoea-Nieuw-Guineese vertalers van mijn Nederlandse collega. Zij hebben twee weken in Ukarumpa gewerkt aan het klaarmaken van Hebreeën voor publicatie. Nu gaan ze weer terug naar hun dorp. Daarvoor brengt het vliegtuig hen eerst naar Daru, vanwaar in een dhingi (motorbootje) verder varen over zee naar hun eindbestemming. Omdat we eerst deze twee mensen gaan wegbrengen, duurt de reis voor mij maar liefst vier uur en krijg ik de gelegenheid een flink stuk meer te zien van Papoea-Nieuw-Guinea.

Rivier door het oerwoud

Rivier door het oerwoud

Het is altijd weer indrukwekkend om laag in de lucht over het land te vliegen. Eerst vliegen we over de hooglanden, met bergen tot 3000m hoog, vervolgens over de Gulf Province met haar talrijke rivieren en baaien. En tenslotte is daar Western Province, zo vlak als Nederland, maar net als alle andere plekken in Papoea-Nieuw-Guinea bedekt door een dichte jungle.

Eindroute in Western Province

Eindroute in Western Province

Daru, een eilandje vlak voor de zuidkust van Western Province, functioneert als ‘hoofdstad’ van de provincie, al is het niet heel veel meer dan een groot dorp. Van Daru vliegen we verder naar Morehead, 150km verderop, waar we een Koreaanse vertaler en een Nieuw-Zeelandse vertaalconsulent oppikken. Zij vertellen me de lugubere herkomst van de naam Morehead (meer hoofden), die stamt uit de tijd dat koppensnellers in dit dorp hun trofees verzamelden. Gelukkig vliegen we snel verder en 4 minuten later landen we 30 kilometer verder op mijn eindbestemming in Kiriwo, een van de vijf dorpen van de Arammba-stam. Het voelt als een historisch moment: eindelijk op de plaats in de jungle waar we in onze tweede termijn als gezin part-time hopen te gaan werken aan de doorstart van het Bijbelvertaalwerk in Arammba en de start van het Bijbelvertaalwerk in omringende stammen.

aankomst-1

Opgewacht door Arammba-mensen

Aankomst in Kiriwo
Bij de landingsbaan in Kiriwo (één van de vijf Arammba-dorpen) worden we opgewacht door tientallen kinderen op dè voorgrond, met hun ouders op de achtergrond. Nu begint het avontuur pas echt: wat zijn de verwachtingen van de mensen? wat moet ik wel doen en wat moet ik vooral niet doen? Zelf heb ik weinig verwachtingen. Ik zal vooral kijken, luisteren en ervaren.
aankomst-3De begroeting met Katawer en Sawiyam, de twee vertalers die ik al in Ukarumpa had ontmoet, is hartelijk. De overige mensen staan van een afstandje toe te kijken en maken vooralsnog geen aanstalten om me te begroeten. Alle aandacht gaat naar de xanda jemend (grote vogel). Niet dat ze nog nooit een vliegtuig hebben gezien, want ze hebben al een landingsbaan sinds 1985. Toch blijft het fascinerend. Nadat Katawer even met de piloot heeft gepraat, klinkt er een korte schreeuw en plotseling rennen de vrouwen alle kanten op. Even later komt elke vrouw terug met een zak vol yams. De zakken worden gewogen en betaald. Katawer legt uit dat de tieners uit het dorp die tientallen kilometers verderop op de grote school zitten, het moeilijk hebben. Vanwege de aanhoudende droogte is er weinig te eten en daarom sturen hun ouders wanneer dat mogelijk is, tassen met voedsel naar hun kinderen op school.

Daar vertrekt het lijntje met de buitenwereld.

Daar vertrekt het lijntje met de buitenwereld.

Dan vertrekt het vliegtuig en mijn band met de buitenwereld is definitief afgesneden. Ik bevind me midden in de jungle, op twee uur vliegen van Ukarumpa, op 2 uur fietsen van Morehead en op drie uur loopafstand van het dichtstbijzijnde Arammba-dorp. Als het vliegtuig is vertrokken, volg ik Katawer en zijn familie naar hun huis aan het einde van het dorp, waar ik deze week te gast zal zijn.

(Dit was het eerste deel van mijn reisverslag naar de Arammba. Eind september ben ik daar voor een week geweest om deze stam als het ware te verkennen. Binnenkort aflevering 2.)

Het Nieuwe Testament in Kandawo opgedragen (met video!)

Vind Kandawo in de bergen

Vind Kandawo in de bergen

Enkele weken geleden was er een groot feest in de hooglanden van Papoea-Nieuw-Guinea. Er was een nieuwe mijlpaal bereikt: opnieuw was er een Nieuwe Testament voltooid in één van de ruim 800 talen van het land.

Kandawo
Stammen worden in Papoea-Nieuw-Guinea meestal vernoemd naar de taal die ze spreken. Zo is Kandawo de naam van een stam in de bergen in het midden van het land en tegelijk de naam van de taal die ze spreken. De taal wordt gesproken door een bevolking van ongeveer 4000 mensen. Het Wycliffe-echtpaar Mack en Doris Graham hebben daar ongeveer 20 jaar met de lokale bevolking gewerkt aan het Nieuwe Testament en nu was daar eindelijk die mooie vrucht op hun arbeid.

Geen gemakkelijke taak
Aanvankelijk begon het bijbelvertaalechtpaar met goede moed aan het vertaalproject. In de loop van de jaren ontmoetten ze echter steeds meer geestelijke weerstand. Dit uitte zich onder andere in diefstal, inbraak en vandalisme. Het werd zo erg, dat men meende het vertaalproject te moeten stoppen. Na enige tijd klonk toch weer de roep vanuit Kandawo om terug te komen en het vertaalproject voort te zetten. Dankzij Gods genade en ondoorgrondelijke liefde voor deze mensen is dat ook gebeurd. En sindsdien is er veel veranderd.

De Kandawo-bevolking had toegang tot de Bijbel in het Tok Pisin (de handelstaal van het land), maar Gods Woord had nog nooit hun hart geraakt. Totdat ze uiteindelijk het Woord hoorden in hun eigen moedertaal. Dit werd op typisch Papoea-Nieuw-Guineese wijze gevierd in een cultureel dramaspel.

Dramaspel over de komst van het Nieuwe Testament in het Kandawo

Dramaspel over de komst van het Nieuwe Testament in het Kandawo

Dramaspel over komst van het NT
In Papoea-Nieuw-Guinea is het gebruikelijk om na voltooiing van het Nieuwe Testament of de hele Bijbel, deze vertaling op te dragen aan God in een feestelijke sfeer. Vaak neemt de lokale bevolking het initiatief voor het invullen van dit feest en zo ook in Kandawo. Naast een aantal toespraken werd er veel gezongen en gedanst. Maar het hoogtepunt was wel dit dramaspel, waarin werd uitgebeeld hoe de Kandawo-mensen zich hadden gevoeld zonder een Bijbel in de taal van hun hart.

Eerst wordt geschetst hoe het Nieuwe Testament in het Grieks tot de mensen kwam. Maar het Griekse Nieuwe Testament paste niet in het hoofd en het hart van de Kandawo-mensen. Toen kwam de Latijnse vertaling, maar ook die paste niet. Hetzelfde gold voor de Engelse en de Tok Pisin Bijbel: allemaal pasten ze niet in het hoofd en het hart van de Kandawo-mensen. Totdat het Nieuwe Testament uiteindelijk in het Kandawo verscheen en de mensen Gods Woord niet alleen hoorden, maar ook gingen begrijpen.
In het drama wordt uitgebeeld hoe de pogingen van de duivel om dit tegen te houden, uiteindelijk falen.

Bekijk de video van het drama op onze website: video 6 (in het Engels)!

Wil je reageren? Dat kan via deze weblog (boven dit bericht) of met een persoonlijke email.